Zoeken in GGD Amsterdam
Pad tot huidige pagina
Verbergen
De GGD richt zich op alle inwoners van Amsterdam,­ Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

De wereld versimpelen in zo min mogelijk variabelen

28 februari 2017
-
Gwen van Husen

Marcel Buster

Bij de afdeling EGZ wordt veel wetenschappelijk en toegepast onderzoek uitgevoerd. Wat doet een onderzoeker bij EGZ zoal? Senior onderzoeker Marcel Buster biedt ons een kijkje in zijn keuken. Hij houdt zich bezig met onderzoek op het snijvlak van Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) en forensische geneeskunde. Thema's zijn bijvoorbeeld arrestantenzorg of overleden buitenlanders in Amsterdam. Daklozen hebben zijn speciale aandacht.

Van welk onderzoek gaat je hart sneller kloppen?

"Als epidemioloog probeer je de wereld te versimpelen; je wil de wereld samenvatten in zo min mogelijk variabelen. Maar de werkelijkheid laat zich niet zo makkelijk versimpelen. Daklozen laten zich bijvoorbeeld niet in allerlei hokjes plaatsen". Marcel Buster vertelt over één van zijn onderzoeksprojecten: het winterkoudeonderzoek. Zeven winters geleden is EGZ gestart daklozen in kaart te brengen door gebruik te maken van de winterkoudeopvang. Als het een aantal dagen vriest, start deze aanvullende opvang, zodat daklozen niet buiten hoeven te overnachten. En als alle daklozen in de opvang overnachten, is dat een goed moment om ze te interviewen over hun wel en wee. "Het komt toch altijd onverwachts, we moeten goed de weersvoorspellingen in de gaten houden. En dan snel genoeg interviewers regelen om op locatie de daklozen te interviewen. Het blijft heel speciaal om even die wereld binnen te stappen, je stereotyperingen van die groep worden overhoop gegooid."

Het is vaak moeilijk om voldoende respons te krijgen bij enquête onderzoek. Is dat bij daklozen ook zo?

"Het lastige is om op zo'n grote locatie mensen te interviewen die niet zo op de voorgrond treden. Het is met deze opzet dan ook moeilijk om een aselecte steekproef te trekken over de hele populatie daklozen in Amsterdam. Ook is het lastig om de verstokte buitenslapers te bereiken die ook in de vrieskou buiten de opvang overnachten, bijvoorbeeld in hutjes en verlaten caravans. Gelukkig kunnen we steeds meer informatie uit registratiegegevens halen. De urgentie van enquêteren wordt daardoor minder."

Heeft de winteropvang een aanzuigende werking op daklozen buiten Amsterdam?

"Als het er is, is het erg beperkt. Dit wordt vaak beweerd, maar dat is een te makkelijke verklaring van de werkelijkheid. Je hebt onderzoek nodig om aannames te weerleggen. Cijfers spreken echter niet iedereen aan; er hoeft maar één iemand met een mooiere anekdote te komen en je cijfers verdwijnen op de achtergrond. De uitdaging voor onze afdeling ligt er dan ook in om kwalitatief met kwantitatief onderzoek te verbinden. Zo krijg je aansprekende resultaten die een representatief beeld van de werkelijkheid schetsen. Overigens zijn er wel aanwijzingen dat de winteropvang ervoor zorgt dat mensen wat langer in Amsterdam blijven dan dat ze in een situatie zonder opvang zouden doen. Verschil is wel dat ze tijdens hun verblijf binnen slapen en niet op straat."

Je hebt onderzoek gedaan naar waterlijken en woninglijken. Weerlegt dat onderzoek ook bepaalde aannames?

"Bij de waterlijken zie je dat de gevallen van toeristen, waarbij de media verslag doen over de vermissing, de zoekacties en uiteindelijk de vondst, veel meer aandacht trekken en het representatief wordt voor dit probleem. De verdronken personen die niet vermist werden blijven veelal buiten beeld. Ook het idee dat alle mannen in het water vallen tijdens het plassen is eigenlijk te mooi om niet voor waar te nemen. Toch wordt maar zo'n 10% van de verdronken mannen gevonden met de gulp open.

Woninglijken komen vaker voor in de grote stad dan in kleinere gemeenten. Dan wordt er meteen gesproken van gebrek aan sociale cohesie. Nu zal dat ook best een rol spelen, maar een deel van de verklaring is simpelweg dat de grote stad een veel hoger percentage alleenwonende mensen kent. In dit kader bevindt mijn werkveld zich op het snijvlak van forensische geneeskunde en epidemiologie. De forensische geneeskunde houdt zich veel meer bezig met de kenmerken van lijken en niet zozeer met maatschappelijke trends. Voor mij dan ook de uitdaging om forensische casuïstiek te verbinden met epidemiologie, de casuïstiek in de maatschappelijke context plaatsen en wetmatigheden te ontdekken."

Waarom blijf het werk bij de GGD Amsterdam boeiend?

"Als onderzoeker bij de GGD zit je tussen de uitvoering, de beleidsmakers en de kennisinstituten in. Daardoor kom je met een groot aantal organisaties in aanraking, zoals het OLVG, HVO-Querido, de Regenboog en Veldwerk, het ministerie van VWS, universiteiten en Trimbos. Dan heb je de nog de grote verscheidenheid van onderwerpen, zoals huiselijk geweld, suïcidepreventie, alcohol en drugs en dakloosheid. De GGD Amsterdam als organisatie wordt over het algemeen gezien als betrouwbaar en neutraal. Daardoor gaan deuren voor onderzoekers ook makkelijk open."

Is Amsterdam een uniek werkveld voor een epidemioloog?

"Ja, het is een bijzondere stad met een zeer diverse populatie. Toch zeggen cijfers over Amsterdam meer als je ze met cijfers van een andere stad kan vergelijken. Daarom is het belangrijk om een goed samenwerkingsverband met Rotterdam, Utrecht en Den Haag te hebben. Gelukkig hebben we dat in G4-user. Dat is de Academische Werkplaats Openbare Geestelijke Gezondheidszorg van de vier grote steden."

Waar kunnen we de resultaten van je onderzoeken vinden?

Mijn recente publicaties zijn te vinden op: http://www.ggd.amsterdam.nl/ggd/publicaties/

En natuurlijk zal ik opmerkelijke en interessante onderzoeksresultaten ook delen via deze nieuwsbrief!

Marcel Buster is in 1992 als gezondheidswetenschapper afgestudeerd aan de Universiteit van Nijmegen. Hij heeft daar onder andere een stage in Tanzania gedaan over kennis van hiv en soa bij de bevolking van twee verschillende dorpen. In 1991 kwam hij naar de GGD Amsterdam voor een stage naar sterfte bij drugsgebruikers bij de toenmalige afdeling "sociaal psychiatrische epidemiologie'. In 2003 promoveerde hij op zijn onderzoek onder heroïne en methadongebruikers: 'Prevalence, morbidity and mortality among heroin users and methadone patients'. In zijn vrije tijd doet Marcel aan beeldhouwen met brons, steen of hout.