Zoeken in GGD Amsterdam
Pad tot huidige pagina
Verbergen
De GGD richt zich op alle inwoners van Amsterdam,­ Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

Het cognitief vermogen van cliënten van de openbare gezondheidszorg: vroege signalering van beperking kan veel problemen vóórkomen

18 februari 2016
-
Steve Lauriks

De GGD Amsterdam doet onderzoek naar het vóórkomen van beperkingen in het cognitief vermogen van cliënten van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) in Amsterdam. Voor dit onderzoek wordt een nieuw screeningsinstrument gebruikt: de Montreal Cognitieve Assessment (MoCA). Dit instrument wordt al gebruikt in andere situaties en bij andere doelgroepen, maar is nog niet eerder toegepast in de OGGZ. Daarom wordt ook de bruikbaarheid van dit meetinstrument voor de vroege signalering van een beperking in het cognitief vermogen onderzocht.

In Nederland hebben naar schatting minimaal 55.000 personen een lichte verstandelijke beperking (LVB; IQ tussen 50 en 70; Ras et al., 2010). Mensen met een LVB vormen in veel opzichten een kwetsbare groep. Uit onderzoek is gebleken dat zij extra kwetsbaar zijn voor de schadelijke gevolgen van alcohol en drugs (Bransen, 2008). Recent onderzoek van de GGD Amsterdam onder gedetineerden laat zien dat 15,7% mogelijk een beperking in het cognitief vermogen heeft (De Wit et al., 2012). In onderzoek onder daklozen in de G4 wordt zelfs bij 30% van de populatie een 'vermoedelijke' LVB gevonden (Van der Laan et al., 2013).

Beperkingen in het cognitief vermogen en daaraan gerelateerde problematiek kunnen zorgen voor een moeizaam verloop van het zorgproces. Een specifieke benadering van de cliënt door de OGGZ hulpverleners kan nodig zijn. Helaas zijn beperkingen in het cognitief vermogen van cliënten van de OGGZ vaak niet direct zichtbaar en daardoor moeilijk in kaart te brengen. In de praktijk komt een onopgemerkte cognitieve beperking vaak pas aan het licht wanneer het zorgaanbod niet passend is gebleken en het zorgproces is vertraagd of zelfs voortijdig beëindigd. Daarnaast komen cognitieve beperkingen onder cliënten van de OGGZ waarschijnlijk relatief vaak voor. Vroegtijdige signalering van LVB-problematiek is daarom van groot belang.

De MoCA is ontworpen als een beknopt screeningsinstrument voor lichte cognitieve stoornissen. Verschillende cognitieve domeinen worden beoordeeld zoals aandacht en concentratie, geheugen, taal, abstractie, rekenen en oriëntatie.
In 2015 is de MoCA afgenomen bij ongeveer 150 cliënten van de Maatschappelijke Opvang (Instroomhuis en 24-uurs opvang) en de Geïntegreerde Voorzieningen in Amsterdam. Twee derde van deze populatie scoorde minder dan 26 punten op de MoCA wat wijst op een beperking van het cognitieve vermogen (Weger et al., 2015). Een hoge prevalentie, die niet geheel onverwacht is. Het is namelijk bekend dat mensen met een beperkt cognitief vermogen meer te maken hebben met langdurig middelengebruik en dakloosheid. Dit langdurig middelengebruik en dakloosheid hebben weer een negatieve invloed op het cognitief vermogen. De MoCA lijkt een bruikbaar instrument om zowel mensen die (altijd al) een cognitieve beperking hebben als mensen van wie het cognitief vermogen is afgenomen te signaleren.

Op dit moment zijn we nog bezig met het meten van het cognitief vermogen van cliënten van maatschappelijke dienst, schuldhulpverlening en van Samen DOEN teams, met de MoCA. Hiermee willen we een nauwkeurig beeld krijgen van het vóórkomen van beperkingen van het cognitief vermogen in de brede OGGZ-populatie.