Laat je niet vallen

21 december 2017
-
Annelies Krikke

De meeste mensen willen zo lang mogelijk zelfstandig blijven en regie houden over hun eigen leven. Oudere mensen lopen echter een toenemend risico om te vallen. Het letsel dat ze daarbij kunnen oplopen, maakt vaak een einde aan die zo gekoesterde zelfstandigheid. Toch is vallen geen onvermijdelijk gevolg van veroudering. Door praktische leefstijlaanpassingen en (kracht)training kan het aantal valpartijen aanzienlijk worden verminderd. GGD Amsterdam gaat samen met professionals in de wijk aan de slag om het aantal valincidenten in Amsterdam terug te brengen.

Ouderen willen langer en zelfstandiger mee blijven doen in de maatschappij, en de eigen regie houden. Amsterdamse cijfers laten echter zien dat vallen een groot risico is voor deze doelgroep en hun wens om zo zelfstandig mogelijk oud te worden: vier op de tien 65-plussers was tenminste een keer gevallen in het afgelopen jaar (peiljaar 2016). Dat zijn jaarlijks 38.000 valincidenten onder 65-plussers. De impact van valincidenten onder ouderen is groot. Valongevallen leiden vaak tot verwondingen en botbreuken, met tijdelijk of blijvend functieverlies tot gevolg. Een grote groep belandt in het ziekenhuis en een klein aantal overlijdt zelfs als gevolg van een valongeval. Alle reden om hier stevig op in te zetten

Er zijn (kosteneffectieve) interventies beschikbaar die aantoonbaar bijdragen aan het terugdringen van het aantal valincidenten. In Amsterdam worden dergelijke interventies ook uitgevoerd, maar de omvang is beperkt, niet structureel en het ontbreekt aan samenhang. En die samenhang is juist belangrijk, omdat bij valongevallen vaak meerdere factoren een rol spelen bij de toedracht van een valincident. Gladde schoenzolen, slechter zien, medicijngebruik of gebrek aan kracht; de oorzaken van vallen lopen uiteen en vaak is het een combinatie.

Een samenhangende aanpak waarin aandacht is voor deze factoren ontbreekt in Amsterdam. En dat is nodig om tijdig het juiste aanbod te kunnen doen en zo het valrisico te verminderen. Daarnaast is de financiering van valpreventie activiteiten niet eenduidig en bekostigd vanuit verschillende financieringsstromen. Zo verschilt de vergoeding voor deelname aan valpreventieprogramma’s tussen zorgverzekeraars en ook vanuit de gemeente worden valpreventie-activiteiten niet structureel gefinancierd. Een succesvolle aanpak vraagt dus om inzet en samenwerking van meerdere disciplines van medici, paramedici, apothekers, verzorgenden, verpleegkundigen, huisartsondersteuners, optometristen, beweegdocenten etc. die elkaar weten te vinden, inhoudelijk bekwaam zijn en planmatig te werk gaan. Maar daarmee zijn we er nog niet. Ouderen zullen verleid moet worden om zelf aan de slag te gaan. Als men zich al bewust is van de valrisico’s, is de gedachte toch vaak dat vallen nu eenmaal onvermijdelijk is en bij het ouder worden hoort.

Laat je niet vallen: de Amsterdamse Aanpak Valpreventie

Onder de noemer ‘laat je niet vallen’ gaat vanaf februari 2018 de aanpak valpreventie van start in twee gebieden in Amsterdam. De inzet? Minder valincidenten onder ouderen in deze gebieden. De aanpak is gebaseerd op drie pijlers:

  1. Communiceren en verbinden
  2. Signaleren en screenen
  3. Onderbouwd en samenhangend aanbod

We lichten ze hieronder toe.

  • Communiceren en verbinden

Vallen? Dat gaat niet over mij! Senioren weten wel dat ze oud zijn, maar voelen dat in hun hoofd niet zo – ze hebben al snel het idee dat het niet over hen gaat. Bovendien blijkt dat ouderen vallen ook als een gecalculeerd risico zien: ‘het hoort er nu eenmaal bij’. Deze gedachten helpen niet om in actie te komen, terwijl dat juist nodig is. Ouderen kunnen zelf hun valrisico verlagen door hun gedrag aan te passen; denk aan bewegen, krachttraining of voeding. Maar dan moet je wel weten dát je er iets aan kan doen, dat ook nog willen en ook kunnen. Hoe ingewikkeld is dat? De communicatie richt zich dus voor een belangrijk deel op bewustwording en het aanzetten tot actie en dan het liefst op een manier waar ouderen zich toe aangesproken voelen. We vermijden dus het woord valpreventie en kiezen voor een positieve, sympathieke campagne. De boodschap wordt zowel online als offline verpakt in thematiek, zoals langer thuis blijven wonen, maar ook fit en gezond blijven.

Ouderen worden zelf actief betrokken bij de ontwikkeling van de communicatie. Zo is er een Ouderen Adviesgroep Valpreventie, met daarin een aantal senioren afkomstig uit verschillende wijken in Amsterdam, die meedenkt over de communicatie en informatievoorziening.

Tenslotte is er ook nadrukkelijk behoefte aan een plek waar de informatie over het aanbod, de professionals en handige feitjes vindbaar is. De website die momenteel wordt gemaakt (laatjenietvallen.nl – nog niet in gebruik) is de eerste stap in het zichtbaar maken van het aanbod. Zo kunnen professionals elkaar sneller vinden en gericht doorverwijzen.

  • Signaleren en screenen

Het signaleren en screenen van ouderen met een valrisico is een belangrijk onderdeel van de aanpak. Maar hoe en waar vinden we ouderen met een verhoogd valrisico? Hoe signaleer je op een goede manier? Waar kun je dat signaal kwijt?

De sociale- en professionele omgeving speelt een belangrijke rol in het signaleren en screenen van valrisico’s bij ouderen. En daar hoort vervolgens bij dat mensen met een valrisico, gemotiveerd of verleid worden om hier wat aan te doen. Wie daarin welke rol heeft verschilt per beroepsgroep. Professionals weten als geen ander welke rol ze kunnen pakken en wat daarvoor nodig is. Vanuit deze aanpak is het zaak om er voor te zorgen dat de rollen, taken en verantwoordelijkheden duidelijk worden en professionals te stimuleren en te faciliteren, bijvoorbeeld via scholing.

  • Samenhangend aanbod

Een stevig netwerk van professionals (o.a. zorg, welzijn, wonen en sport) in de wijk waarbinnen efficiënte afstemming, verwijzing en terugkoppeling kan plaatsvinden, is een must. Uit het onderzoek van 1e Lijn Amsterdam blijkt dat er kansen liggen bij het beter verwijzen en samenwerken tussen de partijen. Zodat de klant goed en op maat geholpen kan worden met een beweegprogramma, de juiste dosering van medicijnen of een aantal aanpassingen in huis. Annelies Krikke: ‘We richten ons in eerste instantie op het ontwikkelen van een goed netwerk van professionals uit de pilotgebieden Buitenveldert (Zuid) en Amsterdam Oud Noord (Noord), aansluitend bij de structuur die daar al is. Daarnaast werken we nauw samen met een groep experts, bestaande uit vertegenwoordigers van de eerste- en tweedelijnszorgaanbieders en kennisinstellingen zoals VeiligheidNL, VUmc, AMC en ouderen. Op die manier hebben we een goede wisselwerking tussen professionals, ouderen en de wetenschap, en werken we aan een succesvolle aanpak’.

Het aanbod aan cursussen gericht op kracht, balans en training is in Amsterdam nog zeer bescheiden qua omvang. Dit wordt in de komende maanden uitgebreid. Dit houdt in dat meer professionals trainingen moeten kunnen aanbieden, maar dan wel onderling afgestemd, gevarieerd en het liefst aantoonbaar effectief. Momenteel leidt VeiligheidNL tien Amsterdamse fysio- en oefentherapeuten op tot docent ‘In Balans’ , waarmee het aanbod snel wordt uitgebreid.

Volgende stappen

De eerste stappen in het project zijn al gezet, maar er volgt meer. In februari 2018 zal de officiële kick-off plaatsvinden. Tot die tijd zit het team niet stil. Er wordt druk gewerkt aan het opleiden van docenten, het werven van deelnemers, het maken van een praktische website, een roadshow in Amsterdam-Noord voor een rollator-winter-check. Daarnaast zijn er grote en kleine netwerkbijeenkomsten.

Naast het vergroten van het beweegaanbod zijn er voor het terugdringen van het valrisico vaak meerdere oplossingen nodig. Het gaat over bewegen, maar ook over voeding, medicatiegebruik, visus en huisaanpassingen. Binnen de aanpak zal nadrukkelijk ook aandacht zijn voor deze oorzaken van valincidenten. Het komend jaar gebruiken we om dingen uit te proberen en de effecten in beeld te brengen. VeiligheidNL helpt ons bij het beschrijven van het proces en de resultaten. Met de opgedane inzichten in de twee gebieden in Noord en Zuid willen we de aanpak vanaf 2019 uitbreiden naar andere gebieden in de stad.

Meer informatie? Vragen?

Neem contact op met projectleider Annelies Krikke (akrikke@ggd.amsterdam.nl)