Zoeken in GGD Amsterdam
Pad tot huidige pagina
Verbergen
De GGD richt zich op alle inwoners van Amsterdam,­ Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

Digitale Nieuwsbrief #4

Digitale Nieuwsbrief #4

Onderwerp

Digitale Nieuwsbrief #4

Afbeelding

Inhoud

  • Werving homocohort
  • Studie naar de relatie tussen drugsgebruik en seksueel risicogedrag
  • Host Factors in HIV-1 Replication – The Good, the Bad and the Ugly
  • Nieuw onderzoek: de HPV-penisstudie
  • Colofon

Werving homocohort

Zoals in de vorige nieuwsbrief al verteld werd, is de Amsterdamse Cohort Studie(ACS) onder MSM in januari 2013, op verzoek van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), beoordeeld door een team van internationale experts. Eén van de adviezen die hieruit volgden, betrof de uitbreiding van het aantal deelnemers van 500 naar 750. Begin 2014 zijn wij daarom gestart met het actiever werven van mannen die deel willen nemen aan het onderzoek. Deze werving gebeurt voor een groot deel via de soa polikliniek en het zogenaamde sneeuwbaleffect. Ook is een aantal vrijwilligers actief die mannen aanspreekt in de homo-horeca.

De actievere werving heeft al veel nieuwe aanmeldingen opgeleverd. Op dit moment staat de teller op 650 hiv-negatieve mannen, maar we zoeken echter nog steeds nieuwe mannen die mee willen doen! Omdat de gemiddelde leeftijd (op dit moment 41 jaar) van de deelnemers van het homocohort de laatste jaren toeneemt, hebben we besloten voorlopig alleen nieuwe deelnemers te includeren die jonger dan 25 jaar zijn. Geïnteresseerde mannen die ouder dan 25 jaar zijn komen op een wachtlijst en kunnen waarschijnlijk volgend jaar of in 2017 weer instromen.

We willen graag alle deelnemers oproepen om nog eens in hun kennissen/vriendenkring rond te kijken of zij mannen van 25 jaar of jonger kennen die bereid zou zijn om aan het homocohort deel te nemen. Potentiële nieuwe deelnemers zou je de onderstaande link toe kunnen sturen. Hier staat een korte beschijving van het homocohort:

http://www.ggd.amsterdam.nl/beleid-onderzoek/onderzoek-infectiezi/meedoen-homocohort/

Een kandidaat kan zich aanmelden voor het homocohort als hij:

  • Tussen de 18 en 25 jaar oud is
  • Hiv-negatief is
  • Woont, werkt of regelmatig uitgaat in Amsterdam
  • En de intentie heeft om langere tijd mee te blijven doen

Studie naar de relatie tussen drugsgebruik en seksueel risicogedrag

Lisanne Möller

Recreatief drugsgebruik komt vaak voor onder homomannen. Drugsgebruik is in veel studies in verband gebracht met seksueel risicogedrag en met het oplopen van hiv. Traditioneel was de drugsproblematiek onder homomannen in Nederland relatief beperkt en minder schadelijk in vergelijking met andere westerse landen. Echter, in de laatste jaren zijn er signalen in Amsterdam dat drugsgebruik toeneemt en dat riskantere drugs worden gebruikt.

In het homocohort worden al sinds 1992 vragen gesteld over het gebruik van poppers, cannabis, cocaïne en amfetamine (speed) vlak voor of tijdens seks. Dit biedt een ideale mogelijkheid om over een lange periode te bekijken of het gebruik van drugs tijdens seks samenhangt met seksueel risicogedrag (het hebben van anale seks zonder condoom met losse sekspartners).

Resultaten

Tussen 1992 en 2014 rapporteerde 51% van de mannen minstens één van de vier middelen (poppers, cannabis, cocaïne en amfetamine (speed)) te hebben gebruikt tijdens seks in de afgelopen zes maanden. Het gebruik van poppers kwam verreweg het vaakst voor, met 42%. Hierna werden cannabis (21%) en cocaine (9%) het meest gebruikt. Amfetaminegebruik tijdens seks werd door 2% van de mannen gerapporteerd.

We zagen een toename in seksueel risicogedrag tussen 1992 en 2014. Mannen die poppers of cannabis tijdens seks gebruikten hadden even vaak seksueel risicogedrag als mannen die deze middelen niet gebruikten. We zagen echter dat mannen die cocaïne tijdens seks gebruikten wel vaker onbeschermd anale seks hadden dan mannen die geen cocaïne tijdens seks gebruikten. Voor amfetamine tijdens seks zagen we een interessante trend: onder mannen die geen amfetamine gebruikten zagen we tussen 1992 en 2014 alleen een lichte stijging in seksueel risicogedrag, maar bij mannen die wel amfetamine gebruikten zagen we een sterkere stijging in seksueel risicogedrag. Dit verschil zou kunnen komen doordat de normen rondom veilige seks in recente jaren losser zijn geworden dan in de periode voordat er effectieve therapie voor hiv bestond. Daardoor laten mannen onder invloed van amfetamine wellicht in deze recente jaren het condoom eerder weg tijdens seks dan vroeger. Op dit moment zijn we nog bezig met analyses om te kijken of mannen die drugs gebruiken tijdens seks ook vaker een hiv-infectie oplopen. Ook zal er de komende jaren meer onderzoek gedaan worden naar drugsgebruik binnen het homocohort. Hierdoor wordt er in de vragenlijst meer aandacht besteed aan drugs.

Host Factors in HIV-1 Replication – The Good, the Bad and the Ugly

Thijs Booiman

t.booiman@amc.uva.nl

Het humaan immunodeficiency virus type 1 (hiv-1) infecteert cellen van ons immuunsysteem zoals CD4+ T cellen, macrofagen en dendritische cellen. Tijdens de vermenigvuldiging van het virus in de gastheer cel zijn er veel interacties met gastheer eiwitten. Deze gastheer eiwitten, of gastheer factoren, hebben verschillende effecten op de vermenigvuldiging van het virus. Er zijn gastheer factoren die ons lichaam beschermen tegen infectie met het virus en vermenigvuldiging remmen, dit zijn de zogenaamde “Good” factoren. Daarnaast zijn er gastheer factoren die het virus helpen om goed te kunnen vermenigvuldigen, dit zijn de zogenaamde “Bad” factoren. In de laatste jaren is het duidelijk geworden dat er ook nog een derde groep van factoren is, deze factoren zorgen er voor dat het virus niet wordt herkend door ons immuunsysteem. Het immuunsysteem heeft namelijk speciale sensoren die delen van virussen, zoals virale eiwitten of het virale DNA of RNA genoom, kunnen herkennen. Normaal gesproken wordt een virus herkend door ons immuunsysteem dat vervolgens adequate maatregelen neemt ter bestrijding. De zogenaamde ‘Ugly’ factoren voorkomen dat het menselijk immuunsysteem reageert op infectie met hiv-1 doordat ze de vertaling van het hiv-RNA-genoom naar DNA remmen of het provirale hiv-DNA-genoom afbreken. Hierdoor kan het overgebleven virus ongestoord de cel infecteren.

Tijdens mijn promotie bij de afdeling experimentele immunologie van het AMC in Amsterdam heb ik onderzoek gedaan naar verschillende gastheer eiwitten die vallen onder zowel de Good, de Bad als de Ugly factoren. Dit onderzoek heeft onder andere geleid tot de identificatie van nieuwe gastheerfactoren zoals PDE8A (Bad) en DYRK1A (Good). Daarnaast heb ik onderzoek gedaan naar bekende gastheerfactoren zoals TREX1 en IFI16 (Ugly). Voor het onderzoek naar deze laatste twee factoren zijn de Amsterdam Cohort Studies van groot belang geweest. De beschikbaarheid van genetisch materiaal en bijbehorende follow-up data maakt het mogelijk om onderzoek te doen naar het effect van deze factoren op het ziektebeloop na hiv-1 infectie. Zo kan het in-vitro laboratoriumonderzoek vertaald worden naar het daadwerkelijke effect van een gastheerfactor op het verloop van de hiv-1-infectie bij de mens. Een voorbeeld hiervan is het onderzoek naar de gastheerfactor TREX1. Gastheerfactor TREX1 breekt hiv-1-DNA af zodat het niet wordt herkend door het immuunsysteem. Om te onderzoeken of TREX1 een belangrijke rol speelt tijdens hiv-1-infectie is er gekeken naar het effect van genetische variatie in het TREX1-gen op het ziektebeloop na hiv-1-infectie. Personen die een genetische variatie in het TREX1-gen hebben krijgen na een hiv-infectie sneller aids, wat aantoont dat TREX1 inderdaad een belangrijke rol speelt tijdens hiv-1-infectie. Een beter begrip van de interacties tussen het virus en de gastheerfactoren leidt wellicht in de toekomst tot de ontwikkeling van nieuwe strategieën en therapieën om hiv-1 infectie te voorkomen en te genezen.

Klik hier voor de digitale versie van het proefschrift.

Nieuw onderzoek: de HPV-penisstudie

Sasha Kovalev

Wereldwijd is het humaan papillomavirus (HPV) het meest voorkomende seksueel overgedragen virus. HPV is in staat huid te infecteren, maar ook de slijmvliezen van de keel en de geslachtsstreek. Een infectie met het virus kan ongemerkt verlopen en vanzelf door het lichaam worden opgeruimd. Sommige HPV infecties kunnen zich ontwikkelen tot genitale wratten; andere tot anus-, penis- keel- of baarmoederhalskanker. Omdat een infectie doorgaans ongemerkt verloopt zijn mensen zich er niet van bewust dat zij de infectie bij zich dragen en anderen ook kunnen besmetten.

Hoewel HPV de afgelopen tijd in de schijnwerpers heeft gestaan is er nog veel onbekend over het virus. Met name over de manier waarop het virus wordt overgedragen valt nog veel te weten te komen. De GGD heeft in 2010, samen met het RIVM en Jan van Goyen een onderzoek gestart naar de frequentie van HPV infecties bij MSM (de H2M studie). Deze studie krijgt nu een vervolg waarbij voornamelijk gekeken zal worden naar HPV op de penis met als doel inzicht te krijgen in de overdracht van infecties.

Bij seks kan een met HPV geïnfecteerde penis de anus van de partner besmetten. Waar op de penis de HPV infectie zich bevindt, is echter nog niet duidelijk. Bij een HPV infectie van de penis worden kleine, met het blote oog niet te onderscheiden, veranderingen van de huid gevormd. Met het nieuwe onderzoek willen we meer inzicht krijgen in de lokale effecten van HPV op de penishuid. Om de huidveranderingen zichtbaar te maken zal op de penishuid een geurloze, kleurloze, pijnloze en veilige vloeistof worden aangebracht. Vervolgens zal de huid worden bekeken met een zeer sterk vergrootglas om deze veranderingen te vinden en eventueel met een foto vast te leggen voor beoordeling door een dermatoloog. Ook zal er een met een wattenstaafje een monster van de huid worden afgenomen voor de analyse van HPV. Samen met de gegevens uit de H2M studie kan dit ons nieuwe kennis verschaffen over verschillende huidreacties op verschillende HPV types en in hoeverre seksueel gedrag of algemene gezondheid hier invloed op hebben. Door de bevindingen uit deze studie met andere te combineren zou een effectieve oplossing kunnen worden gevonden om overdracht van HPV te verminderen.

Binnenkort zullen wij mannen die mee hebben gedaan aan de H2M studie vragen deel te nemen aan dit vervolgonderzoek. Uiteraard kan dit worden gecombineerd met een al gepland bezoek aan het homocohort.

Colofon

Redactie

  • Marc van Wijk
  • Janneke Bil

Auteurs

  • Lisanne Möller
  • Thijs Booiman
  • Sasha Kovalev

Afmelden nieuwsbrief via info-homocohort@ggd.amsterdam.nl

Afbeelding

Lijst