Zoeken in GGD Amsterdam
Pad tot huidige pagina
Verbergen
De GGD richt zich op alle inwoners van Amsterdam,­ Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

Digitale Nieuwsbrief #5

Digitale Nieuwsbrief #5

Onderwerp

Digitale Nieuwsbrief #5

Afbeelding

Beste deelnemers,

Allereerst willen de onderzoeksverpleegkundigen Marc, Marjolein en Laura, alle onderzoekers en andere medewerkers jullie het beste wensen voor 2016. We gaan een zeer actief onderzoeksjaar tegemoet met een aantal nieuwe studies. Een aantal van jullie zullen benaderd worden voor een studie naar het Humaan Papilloma Virus (HPV) op de huid van de penis. Hiernaast gaan we samen met Sanquin, de bloedbank, en tevens partner van het homocohort, kijken naar het verloop van verschillende infecties in mannen die seks hebben met mannen (MSM) in verband met discussie over bloeddonorschap. Over de studie met Sanquin lees je meer in deze nieuwsbrief. Zoals jullie waarschijnlijk weten is de GGD Amsterdam vorig jaar begonnen met een studie naar de “hiv preventie pil” PrEP. Hierover vindt je ook meer informatie in deze nieuwsbrief. Tot slot worden ook de laatste cijfers ten aanzien van hiv in Nederland en hiv en soa in het homocohort gepresenteerd.

Alvast heel erg bedankt voor jullie medewerking aan het onderzoek en tot ziens op het homocohort.

Inhoud

  • Mannen die seks hebben met mannen en bloeddonatie: TO DO studie

  • De GGD Amsterdam is een onderzoek gestart naar de hiv preventie pil

  • Hiv in Nederland; de laatste cijfers

  • Colofon

Mannen die seks hebben met mannen en bloeddonatie: TO DO studie

Thijs van de Laar & Katja van den Hurk (Sanquin)

Sinds het uitbreken van de hiv-epidemie in de tachtiger jaren mogen mannen die seks hebben met mannen (MSM) in de meeste westerse landen geen bloed doneren. Waarom eigenlijk niet? Elke donatie wordt toch getest op de aanwezigheid van infectieziekten? De kans dat een hiv-positieve donatie niet wordt gevonden met de huidige laboratoriumtesten is heel erg klein, maar helaas niet nul. In de eerste weken na het oplopen van een hiv-infectie is het virus nog niet aantoonbaar in bloed, terwijl dit bloed wel al besmettelijk is voor een eventuele ontvanger. Dit noemen we de venstertijd of window-periode van de infectie. Om de kans op een donatie tijdens deze window-periode zo klein mogelijk te houden, worden uit voorzorg personen met een verhoogde kans op hiv, en mogelijke andere bloed-overdraagbare infecties, uitgesloten als donor.

In Nederland wordt meer dan 70% van de nieuwe hiv-infecties gevonden bij MSM, terwijl MSM slechts 2% tot 5% van de totale bevolking uitmaken. Dit heeft tot gevolg dat je als man die seks heeft met andere mannen in Nederland alleen bloed mag geven als je minimaal een jaar lang geen homoseksueel contact hebt gehad. Voor de meeste MSM betekent dit permanente uitsluiting van bloeddonatie. Dit zorgt voor veel discussie, omdat met dit beleid elk homoseksueel contact als risicovol wordt bestempeld.

Binnen het Amsterdamse homocohort willen we gaan onderzoeken of het zelf-gerapporteerde seksuele gedrag in het afgelopen jaar een goede voorspeller is geweest voor het wel of niet oplopen van een bloed- of seksueel overdraagbare aandoening. Als dit zo blijkt te zijn, zou dit pleiten voor een individuele risicobenadering in plaats van het huidige universele uitsluitingsbeleid voor alle MSM. De resultaten van deze studie zullen gebruikt worden om te bepalen of het huidige beleid ten aanzien van homoseksueel contact en bloeddonatie verder versoepeld kan worden.

Eenmalig zal aan alle hiv-negatieve mannen in het Amsterdamse homocohort gevraagd worden een extra buisje bloed af te staan. Deze zal getest worden op tien bloed- en seksueel overdraagbare infecties. Ook zullen er een aantal extra vragen worden gesteld die betrekking hebben op donatiewens en eventuele geschiktheid als bloeddonor. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met Sanquin (de Nederlandse bloedbank), waar een vergelijkbaar onderzoek zal worden uitgevoerd onder een even grote groep mannelijke donoren uit Amsterdam.

Zodra de resultaten geanalyseerd zijn lezen jullie hierover meer in de nieuwsbrief.

Voor meer informatie over de studie kan je contact opnemen met Thijs van de Laar (tjw.laar@sanquin.nl), Katja van den Hurk (k.vandenhurk@sanquin.nl) of Sasha Kovalev (skovalev@ggd.amsterdam.nl).

De GGD Amsterdam is een onderzoek gestart naar de hiv preventie pil

De laatste maanden is de hiv preventie pil, genaamd PrEP, regelmatig in het Nederlandse nieuws geweest. Dit had onder andere te maken met de start van een onderzoek naar PrEP, dat uitgevoerd wordt door de soa polikliniek van de GGD Amsterdam. Hiernaast zijn er al regelmatig vragen gesteld over PrEP in de vragenlijst van het homocohort. Maar wat is PrEP nu eigenlijk en wat onderzoekt de GGD Amsterdam nu precies?

Wat is PrEP?

PrEP staat voor pre-expositie profylaxe. PrEP is een manier om, met behulp van antiretrovirale medicijnen (Truvada), het risico op het krijgen van een hiv infectie te verlagen. Onderzoeken uit het buitenland hebben aangetoond dat PrEP beschermt tegen een infectie met hiv als het correct wordt ingenomen. Er zijn nu twee verschillende manieren van PrEP inname effectief gebleken: dagelijks PrEP (iemand neemt elke dag 1 tablet PrEP) en intermitterend PrEP (iemand neemt PrEP in volgens een speciaal schema: 2 pillen tussen de 24 en 2 uur voordat iemand verwacht risico te lopen op hiv, daarna 1 tablet elke 24 uur tot 48 uur na het laatste risico).

In Nederland is Truvada geregistreerd voor de behandeling van een hiv infectie maar niet voor het voorkomen van een hiv infectie. Daarom wordt Truvada voor PrEP niet voorgeschreven door Nederlandse artsen en wordt het dus niet vergoed.

Wat is het Amsterdam PrEP (AMPrEP) Project?

De soa polikliniek van de GGD Amsterdam is in augustus 2015 gestart met een onderzoek naar PrEP. Er zullen 370 deelnemers worden geselecteerd die kunnen kiezen tussen de twee PrEP schema’s: dagelijks PrEP of intermitterende PrEP.

Het doel van dit project is om de toepasbaarheid van PrEP voor mannen die seks hebben met mannen (MSM) met een verhoogd risico op hiv, te onderzoeken. Hiernaast wordt onderzocht hoeveel mannen kiezen voor het dagelijks of intermitterend gebruik van PrEP, hoe trouw ze de tabletten innemen en of er wat verandert in hun condoomgebruik en seksueel gedrag. Ook wordt er gekeken naar hoe het PrEP gebruik wordt ervaren en of PrEP invloed heeft op alcohol- en drugsgebruik. Alle deelnemers komen elke drie maanden naar de SOA polikliniek, waarbij hiv en soa’s worden getest en aan alle deelnemers wordt gevraagd om een vragenlijst in te vullen. Daarnaast beantwoorden deelnemers dagelijks twee vragen over hun PrEP-gebruik en seksuele activiteiten in een applicatie voor de mobiele telefoon. Tot op heden hebben ongeveer 180 mensen hun eerste afspraak bij de soa polikliniek gehad zijn er 150 mensen gestart met het gebruik van PrEP. Het project zal tot 1 juni 2018 doorlopen. U kunt u zich niet meer opgeven voor dit project aangezien de aanmeldperiode reeds is gesloten. Meer informatie over het Amsterdamse PrEP project kunt u vinden op: www.ggd.amsterdam.nl/prep.

Hiv in Nederland; de laatste cijfers

Op 18 november vond de negende editie van de Nederlandse hiv conferentie (NCHIV) plaats. De conferentie wordt jaarlijks georganiseerd om nieuwe inzichten en ontwikkelingen op het gebied van hiv te presenteren voor een breed publiek. Tijdens dit congres worden traditiegetrouw ook het jaarlijkse hiv monitoringsrapport gepresenteerd. Dit monitoringsrapport bevat onder andere de laatste cijfers over het aantal hiv infecties in Nederland en het aantal nieuwe hiv infecties, risicogedrag en seksueel overdraagbare aandoening (soa’s) gevonden in het homocohort . Hier een korte samenvatting van de cijfers uit dit rapport.

Hiv infecties in Nederland

In mei 2015 waren er in Nederland 18.355 personen (18.149 volwassenen en 206 kinderen en adolescenten) met hiv in zorg bij één van de 27 hiv-behandelcentra. Sinds 2008 is er een dalende lijn te zien in het jaarlijks aantal nieuwe hiv-diagnoses, zie figuur 1. In de laatste jaren zijn er ongeveer 1000 nieuwe hiv-diagnoses per jaar. Onder volwassenen werd in 2014 het merendeel (69%) van de nieuwe hiv infecties gevonden bij mannen die seks hebben met mannen (MSM), 25% werd via heteroseksuele seks overgedragen en 7% werd op een andere/onbekende wijze overgedragen. Opvallend is dat in 2014 bijna een kwart van alle nieuwe personen met hiv 50 jaar of ouder was.

Figuur 1: Aantal nieuwe hiv diagnoses onder volwassenen. De blauwe lijn geeft het aantal nieuwe hiv infecties onder manen die seks hebben met mannen weer, de rode lijn onder heteroseksuelen, de rode gestippelde lijn onder injecterende drugsgebruikers en de blauwe getippelde lijn voor infecties die op een andere of onbekende wijze zijn opgelopen.

Het aantal personen dat in een vroeg stadium van de hiv infectie wordt gediagnosticeerd stijgt. Deze stijging vindt vooral plaats onder MSM. Echter, werd in 2014 nog steeds bij 44% van de personen met hiv de diagnose te laat gesteld. Bij deze personen was het immuunsysteem al aangedaan door de ziekte of deze personen hadden al aids. Een late diagnose komt vaker voor onder heteroseksuele mannen, personen afkomstig uit Zuid- en Zuidoost-Azië en Sub-Sahara Afrika en bij personen van 45 jaar of ouder.

Het aantal nieuwe hiv infecties, risicogedrag en soa’s in het homocohort

In de laatste jaren blijft het aantal nieuw gevonden hiv infecties in het homocohort redelijk stabiel. Jaarlijks wordt bij ongeveer 1 op de 100 personen een hiv infectie gevonden, zie figuur 2.

Figuur 2: De hiv incidentie per jaar in het homocohort. De aantallen geeft het aantal nieuwe hiv infecties per 100 personen per jaar weer.

In 2014 werden in het homocohort 6 personen gediagnosticeerd met hiv. Hiernaast zien we sinds 1996 een langzame stijging in het aantal mannen dat anale seks heeft zonder condoom, zie figuur 3. In 2014, werd bij 9.2% van de mannen chlamydia of gonorroea gevonden tijdens hun homocohort bezoek.

Figuur 3: Trends in condoom gebruik onder deelnemers van het homocohort. De rode lijn geeft het percentage mannen aan dat seks zonder condoom heeft met vaste partners, de blauwe lijn het percentage dat seks zonder condoom heeft met losse partners.

Het gehele monitoringsrapport met hierin alle cijfers over hiv in Nederland kunt u vinden op de website van de Stichting HIV Monitoring; http://www.hiv-monitoring.nl/nederlands/onderzoek/monitoring-reports/. Alle presentaties van de Nederlandse hiv conferentie zijn beschikbaar op de website; http://nchiv.org/.

Bron: Stichting HIV Monitoring; Monitoring Report 2015

Colofon

Redactie

  • Marc van Wijk
  • Janneke Bil

Auteurs

  • Thijs van de Laar
  • Katja van den Hurk
  • Janneke Bil

Afmelden nieuwsbrief via info-homocohort@ggd.amsterdam.nl

Afbeelding

Afbeelding