Zoeken in GGD Amsterdam
Pad tot huidige pagina
Verbergen
De GGD richt zich op alle inwoners van Amsterdam,­ Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

Digitale Nieuwsbrief #6

Digitale Nieuwsbrief #6

Onderwerp

Digitale Nieuwsbrief #6

Afbeelding

nieuwsbrief header

Beste deelnemers,

De allerbeste wensen voor 2017, namens de onderzoeksverpleegkundigen, onderzoekers en alle andere medewerkers van de afdeling onderzoek en preventie van de GGD en de AMC afdelingen die bij het homocohort betrokken zijn.

oud en nieuw

Deze nieuwsbrief is een samenvatting van de bijeenkomst die plaats vond in oktober 2016. Voornamelijk interessant voor de deelnemers die niet aanwezig konden zijn maar ook voor degenen  die er wel bij waren, om even terug te lezen.

Verandering in het team:

Helaas heeft Marjolein Martens ons na 7 jaar verlaten omdat zij voor een andere uitdaging heeft gevonden. Het onderzoeksverpleegkundigen team van het homocohort bestaat nu uit: Wendy van der Veldt, Leeann Storey en Marc van Wijk.

team hoco

Tot en met april 2017 worden we door 2 extra verpleegkundigen ondersteund: Myra van Leeuwen en Antoinette van Roosmalen.

Inhoud

  • Mannen die seks hebben met mannen en bloeddonatie: TO DO studie

  • Studies naar het humane papillomavirus

  • (AM)PrEP in Amsterdam: Eerste ervaringen

  • Onderzoek naar PrEP in het homocohort

  • Colofon

Mannen die seks hebben met mannen en bloeddonatie: TO DO studie

Thijs van de LaarSanquinLogo

Thijs van de Laar, senior onderzoeker Sanquin

Uit voorzorg worden in veel landen personen met een verhoogd risico op hiv en andere bloedoverdraagbare infecties uitgesloten als bloeddonor. In Nederland betekent dit voor mannen die seks hebben met mannen (MSM) dat bloed geven alleen mogelijk is als je minimaal een jaar lang geen seks hebt gehad met een andere man. Om twee redenen zorgt dit voor veel discussie. Ten eerste omdat met dit beleid elk homoseksueel contact als risicovol wordt bestempeld en dit als stigmatiserend wordt ervaren. Ten tweede omdat met de huidige laboratoriumtesten de kans uiterst klein is dat een infectieuze donatie daadwerkelijk aan een patiënt wordt gegeven. Deze kans is inderdaad heel klein, maar helaas niet nul. Met name (zeer) recente infecties zijn vaak (nog) niet aantoonbaar in het bloed, terwijl het bloed wel al besmettelijk is voor de ontvanger. Voor hiv betreft dit een periode van enkele weken, maar voor hepatitis B of syfilis kan deze zogenaamde ‘window-periode’ oplopen tot enkele maanden.

Bloedzakjes sanquin

TO DO studie

De TO DO studie is een samenwerking tussen de GGD Amsterdam en Sanquin (de Nederlandse bloedbank), waarin onderzocht wordt of het zelf-gerapporteerde seksuele gedrag van MSM een goede voorspeller is voor het wel of niet oplopen van bloed- of seksueel overdraagbare infecties. Als dit zo is, zou het ervoor pleiten om de universele uitsluiting van MSM als bloeddonor te vervangen door een individuele risicobenadering.

In de periode januari tot juli 2016 zijn er 584 hiv-negatieve MSM uit het Amsterdamse homocohort en 584 Amsterdamse mannelijke bloeddonors met een vergelijkbare leeftijd geïncludeerd in de TO DO studie. Alle deelnemers hebben bloed afgestaan om te laten testen op de aanwezigheid van tien bloed- en seksueel overdraagbare infecties. De laboratoriumtesten zullen tot medio 2017 in beslag nemen. Daarnaast werden vragen gesteld over seksueel risicogedrag, donatiewens en eventuele geschiktheid als bloed donor. Op basis van zelf-gerapporteerd seksueel gedrag worden MSM gecategoriseerd als hoog- of laag-risico voor het oplopen van bloed- en seksueel overdraagbare infecties. In de hoog-risico en laag-risicogroep wordt de infectiedruk bepaald aan de hand van de laboratorium uitslagen voor de tien infectiemarkers. Deze infectiedruk wordt vergeleken met de infectiedruk onder bloeddonoren. Er wordt ook gekeken of de gevonden infecties oude (>1 jaar geleden) of recente infecties (< 1 jaar geleden) zijn. Met name recente infecties zijn gevaarlijk in het kader van de bloedveiligheid. Als de ‘recente’ infectiedruk bij donors en MSM vergelijkbaar is, zou dit als argument gebruikt kunnen worden om het geldende uitsluitingsbeleid voor MSM als bloeddonor te versoepelen.

Zodra de resultaten geanalyseerd zijn lezen jullie hierover meer in de nieuwsbrief.

Studies naar het humane papillomavirus

Maarten

Maarten Schim van der Loeff, senior onderzoeker GGD Amsterdam

Het humane papillomavirus (HPV) veroorzaakt anuskanker en anale en genitale wratten. Onlangs hebben we drie studies gedaan naar HPV.

In 2014 zijn cohort deelnemers opnieuw gestart met zelf-afname m.b.v. wattenstokjes van anus en penis. Van elke deelnemer zijn de anale en de peniele wattenstokjes van twee bezoeken onderzocht op de aanwezigheid van HPV. Die resultaten worden momenteel aan individuele deelnemers teruggekoppeld. De resultaten zijn samen met de resultaten van het HPV onderzoek uit de periode 2010-2013 geanalyseerd. Het blijkt dat veel mannen nieuwe HPV infecties oplopen. Figuur 1 laat zien dat over het verloop van 4 à 5 jaar ongeveer een kwart van de deelnemers een nieuwe HPV-16 infectie krijgt. HPV-16 is het type dat het vaakst in tumoren wordt gevonden, en daarom als belangrijkste type wordt beschouwd. Gelukkig worden de meeste infecties door het lichaam zelf opgeruimd. Toch lijkt ongeveer een derde van alle anale infecties met HPV-16 niet door het lichaam zelf opgeruimd te worden (Figuur 2).

Figuur 1. Nieuwe infecties van de anus met HPV-16 onder homo mannen.

Graph-incidenceHPV16-nl

Figuur 2. Duur tot spontane verdwijning van anale HPV-16 infecties bij homo mannen.

Graph-HPV16-klaring-nl

In het voorjaar is een honderdtal mannen door de cohort-arts Sasha Kovalev onderzocht. Zij heeft gekeken of er huidplekjes op de penis zaten die door HPV veroorzaakt worden. Die huidplekjes heeft ze inderdaad bij een aantal deelnemers geconstateerd. Momenteel worden de wattenstaafjes in het laboratorium getest, om te kijken of er ook HPV virusdeeltjes aanwezig waren in die huidplekken. De deelnemers die meededen aan dit extra onderzoek zullen in voorjaar van 2017 hun resultaten krijgen.

Tenslotte is er in 2015 een onderzoek gedaan naar de bereidheid van mannen die de soa polikliniek bezoeken, om zich te laten vaccineren tegen HPV. In Nederland worden alleen meisjes ingeënt tegen HPV, maar in een aantal andere landen (Australië, Oostenrijk, de Verenigde Staten, en een aantal provincies van Canada) wordt de vaccinatie ook aan jongens aangeboden. Vooruitlopend op  eventuele invoering van mannen- of jongensvaccinatie in Nederland hebben we onder mannelijke bezoekers van de soa poli gepeild of zij zich zouden willen laten vaccineren tegen HPV, als inenting aangeboden zou worden. Dat bleek het geval te zijn: de overgrote meerderheid stond welwillend tegenover HPV vaccinatie. We hebben ook gevraagd of zij zich zouden laten inenten als ze het vaccin zelf zouden moeten betalen. Niet geheel verbazingwekkend was de animo om zich te laten vaccineren dan wat lager. Hoe hoger de verwachte prijs, hoe lager de animo (zie Figuur 3). Het HPV vaccin is één van de duurste vaccins die er zijn: momenteel is de prijs bij de apotheek ongeveer € 120 per inenting, en voor volledige bescherming dient men drie inentingen te krijgen. Als mannen de volledige prijs zouden moeten betalen is de vaccinatiebereidheid laag.

Figuur 3. Invloed van kosten op vaccinatie intentie.

Figuur 3 maarten

(AM)PrEP in Amsterdam: Eerste ervaringen

Elske Hoornenborg, arts/Infectioloog, projectleider AMPrEP, GGD Amsterdam, namens het gehele AMPrEP team

amprep team

De soa polikliniek van de GGD Amsterdam is in augustus 2015 gestart met een onderzoek naar de hiv preventie pil, genaamd PrEP. PrEP staat voor pre-expositie profylaxe. PrEP is een manier om, met behulp van antiretrovirale medicijnen (Truvada), het risico op een hiv infectie te verlagen. Onderzoeken uit het buitenland hebben aangetoond dat PrEP beschermt tegen een infectie met hiv als het correct wordt ingenomen. Het Amsterdam PrEP (AMPrEP) project van de GGD Amsterdam is nu bijna anderhalf jaar geleden gestart en heeft als primaire doel ervaringen met PrEP te genereren die de praktijk zou kunnen informeren over de beste wijze van PrEP implementatie in Nederland. Graag geven we een korte update van de stand van zaken van het project, van PrEP in Nederland, en de eerste resultaten. Meer achtergrond over het Amsterdamse PrEP project kunt u vinden op: www.ggd.amsterdam.nl/prep of in de vorige versie van onze nieuwsbrief.

De eerste AMPrEP resultaten

Er waren meer mensen geïnteresseerd om mee te doen aan AMPrEP dan er plekken beschikbaar waren. Uiteindelijk hebben we 587 van de 870 mensen die tot en met april 2016 hun gegevens achter hebben gelaten op onze website, kunnen uitnodigen. Van deze 587 hebben 415 een screeningsonderzoek gehad. Negen besloten hierna om niet mee te doen en 30 kwamen niet in aanmerking voor deelname.

In de periode augustus 2015 tot en met juni 2016 zijn 376 mensen gestart in AMPrEP: 374 homomannen en andere mannen die seks hebben met mannen, en 2 transgender vrouwen. Deelnemers kunnen kiezen tussen twee PrEP schema’s: dagelijkse PrEP (iemand neemt elke dag 1 tablet PrEP) en PrEP rondom seks (iemand neemt PrEP in volgens een speciaal schema: 2 pillen tussen de 24 en 2 uur voordat iemand verwacht risico te lopen op hiv, daarna 1 tablet elke 24 uur tot 48 uur na het laatste risico). Van de 374 deelnemers kozen er 271 voor dagelijkse PrEP en 103 voor PrEP rondom seks. In vergelijking met mensen die PrEP rondom seks gebruikten waren mensen die kozen voor dagelijkse PrEP gemiddeld iets jonger en hadden in de drie maanden voordat ze met PrEP startten meer partners met wie ze anale seks hadden gehad.

Bij ongeveer een vijfde van alle deelnemers hebben we een soa gevonden bij het screeningsbezoek. Eén persoon bleek tijdens het screeningsbezoek helaas hiv-positief te zijn. Niemand had een acute hiv-infectie op het moment dat hij/zij met PrEP startte. Een infectie met het Hepatitis C-virus, een virus dat ontsteking van de lever veroorzaakt en waarvoor nog geen vaccinatie bestaat, vonden we bij 18 deelnemers. Deze mensen zijn verwezen voor controle en behandeling naar een ziekenhuis. Zij kunnen PrEP blijven slikken en blijven deelnemer van AMPrEP.

Nagenoeg alle deelnemers dankzij PrEP beschermd tegen hiv

De effectiviteit van PrEP is al in eerdere onderzoeken vastgesteld. Ook in dit project blijkt dat in het eerste jaar van de studie nagenoeg alle deelnemers beschermd bleken tegen hiv. Twee deelnemers hebben een hiv-infectie opgelopen. De eerste persoon was wel gestart met PrEP maar ook weer gestopt. Enkele maanden later kreeg deze deelnemer klachten en werd er een acute hiv-infectie vastgesteld. Bij de tweede deelnemer werd een hiv-infectie vastgesteld na een aantal maanden dagelijks PrEP-gebruik. Er is aangetoond dat hij zijn PrEP goed heeft ingenomen en dat het virus gevoelig is voor de bestanddelen in PrEP. Dit is voor zover we nu weten heel zeldzaam en duidt erop dat in uitzonderlijke gevallen een virus door de bescherming van PrEP heen kan komen. Dankzij de driemaandelijkse controles die bij PrEP horen, zijn beide infecties snel opgespoord en behandeld en is overdracht naar andere personen zoveel mogelijk voorkomen.

Uit eerdere onderzoeken weten we dat PrEP het risico op een hiv-infectie vermindert maar dat het niet in alle gevallen een hiv-infectie kan voorkomen. Daarentegen: als je PrEP niet inzet, dan zou je een veelvoud aan hiv-infecties zien bij mensen met een verhoogd risico op hiv. Tot nu toe was er wereldwijd slechts één persoon beschreven die met hiv geïnfecteerd werd ondanks goed gebruik van PrEP. Dat betrof een man in Canada, die met een resistent virus geïnfecteerd was. Dat een AMPrEP deelnemer een hiv-infectie heeft gekregen ondanks goed gebruik van PrEP bewijst dat het risico op een hiv-infectie bij mensen die PrEP correct gebruiken zeer klein is, maar dat dat risico niet nul is. Dit maakt ook duidelijk dat PrEP-gebruikers regelmatig op hiv moeten worden gecontroleerd en dat het belangrijk is om condooms te blijven gebruiken, omdat die zowel tegen hiv als ook tegen soa beschermen.

PrEP geregistreerd in Europa

Het middel dat als PrEP wordt gebruikt is in Europa goedgekeurd voor de preventie van hiv. In Nederland is vergoeding van de kosten van PrEP echter nog niet geregeld. Diverse organisaties lobbyen voor invoering van PrEP in Nederland. Daarnaast strijdt de actiegroep PrEPNU voor implementatie van PrEP in Nederland.

Nederlandse PrEP Richtlijn

Er is recent een richtlijn over PrEP gemaakt, die bedoeld is voor artsen en andere mensen die werken in de gezondheidszorg. In de richtlijn staat bijvoorbeeld voor wie PrEP een nuttig preventiemiddel zou kunnen zijn, hoe PrEP ingenomen moet worden en hoe mensen die PrEP gebruiken begeleid moeten worden.

Onderzoek naar PrEP in het homocohort

Janneke Bil

Janneke Bil, Onderzoeker GGD Amsterdam

Het doel van het homocohort is drieledig: (1) het monitoren van de hiv en soa incidentie en prevalentie, (2) het onderzoeken van risicofactoren voor hiv en soa en (3) het onderzoeken van de natuurlijke beloop en ziekteprogressie van hiv. Hiernaast is het doel om het effect van interventies gericht op hiv en soa preventie, zoals condoom en PrEP gebruik, te onderzoeken.

In 2012 zijn we binnen het homocohort gestart met de eerste onderzoeken naar PrEP. In deze studies werd onderzocht hoeveel mannen reeds gehoord hadden van PrEP, hoeveel mannen de intentie hadden om PrEP te gaan gebruiken en wat de motieven waren om wel of geen PrEP te willen gaan gebruiken. Uit de resultaten bleek dat in 2012 54% van de 448 deelnemers gehoord hadden van PrEP en 13% had de intentie om PrEP in de toekomst te gaan gebruiken. Verder bleek dat de motieven voor het wel of niet willen gaan gebruiken van PrEP samenhingen met de effectiviteit van PrEP, de bijwerkingen van PrEP en voorkeuren voor andere preventie strategieën (bijvoorbeeld condooms). Hiernaast hingen motieven samen met risicogedrag en zelf ingeschatte therapietrouwheid. Ook de mogelijke voor- en nadelen van PrEP speelde een rol  in de afweging om PrEP te willen gaan gebruiken (bijvoorbeeld minder angst voor hiv, beter seksleven of de kosten). Voor het volledige artikel klik hier.

Toekomstig onderzoek naar PrEP

In de toekomst blijven we het aantal nieuwe hiv infecties en andere seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) binnen het homocohort monitoren. Dit is ook in het tijdperk van PrEP belangrijk, omdat op die wijze een eventuele daling in het aantal hiv infecties of stijgingen in het aantal soa door het gebruik van PrEP gesignaleerd kunnen worden. Hiernaast zullen er met de gegevens van de vragenlijsten in de komende jaren de volgende vraagstellingen worden onderzocht:

  • Hoeveel deelnemers gebruiken PrEP?
  • Hoeveel deelnemers hebben partners die PrEP gebruiken en zijn er verschillen in seksueel gedrag met partners die wel en geen PrEP gebruiken?
  • Stijgt het aantal personen dat PrEP willen gaan gebruiken?
  • Treden er veranderingen op in seksueel risicogedrag in het tijdperk van het voorschrijven van PrEP?
  • Hoe denken deelnemers van het homocohort over nieuwe interventies zoals PrEP en veranderen deze over de tijd?
  • Welke keuzes maken hiv-negatieve homocohort deelnemers die geen PrEP gebruiken over het gebruik van traditionele versus nieuwe interventies en hoe verandert dit over de tijd?
  • Hebben mannen voorkeur voor dagelijkse PrEP of PrEP rondom seks?
  • In hoeverre kunnen mannen hun seksleven plannen en wat heeft dit voor invloed op de keuze voor dagelijkse PrEP of PrEP rondom seks?

Voor een deel van de bovenstaande onderzoeken zijn er al extra vragen over PrEP gesteld in de vragenlijst. Voor een ander deel zullen in de komende vragenlijsten extra vragen gesteld worden. Zodra de resultaten van deze onderzoeken bekend zijn lezen jullie hierover meer in de nieuwsbrief.

Colofon

Redactie

  • Marc van Wijk
  • Janneke Bil

Auteurs

  • Thijs van de Laar
  • Maarten Schim van der Loeff
  • Elske Hoornenborg
  • Janneke Bil

Afmelden nieuwsbrief via info-homocohort@ggd.amsterdam.nl

Afbeelding

Logo's 2016_Knipsel 2

Afbeelding

Nieuwsbrief footer zonder logo's