Zoeken in GGD Amsterdam
Pad tot huidige pagina
Verbergen
De GGD richt zich op alle inwoners van Amsterdam,­ Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

Jongeren met een doodswens, hoe kan dat?

17 december 2015

Op deze pagina - Jongeren met een doodswens, hoe kan dat?


Denken aan dood en sterfelijkheid hoort een beetje bij de puberteit. Maar een reële doodswens... dan is er iets mis. Wie zijn de jongeren met zelfmoordgedachten? En hoe zijn zij te helpen? Jeugdarts Calixte Veerman geeft een indruk.

'Laatst had ik een jongen tegenover me,’ vertelt Calixte Veerman, ‘die had een verslaafde, psychiatrische moeder, een zwakbegaafde vader, en hij was misbruikt door iemand buiten de familie. Hoe kom je dan ooit weer op de rit? Dit kind had toevallig een goed binnenwerk, zoals ik dat dan noem, een soort onverwoestbaarheid. Na lange tijd is het gelukt zijn vertrouwen te winnen en stond hij open voor specialistische hulp. Hij komt er wel overheen. Maar als je een minder sterk karakter hebt? Het loopt niet altijd goed af.’

Multiproblemgezinnen

Als jeugdarts – een zeer bevlogen, pragmatische jeugdarts - kent Calixte Veerman Amsterdam Noord tot ver achter de voordeur. Zij heeft in haar carrière honderden  beschadigde of belaste kinderen meegemaakt. Niet zelden heeft ze met haar collega’s uit het Ouder- en Kindteam en de docenten op school het gevoel hen letterlijk in leven te houden. Het merendeel van de kinderen die ze ziet op de VMBO scholen, waarvan ze de jeugdarts is, komen uit multiproblemgezinnen. ‘Soms zijn daar zoveel problemen, dat je niet weet waar je beginnen moet. “Wat is de bacterie?” zeggen we dan altijd tegen elkaar. Waar wordt het kind ziek van? Dat proberen we als eerste aan te pakken.’

Eropaf, is het credo, als iets anders niet lukt. En soms ook: directe actie. Zo was er het meisje met problemen vanwege constante ruzie thuis. Haar ouders kwamen niet opdagen voor een gesprek op school. Calixte: ‘Dus ging ik daarheen, samen met de ouder- en kindadviseur. Het was middag, en we troffen moeder in haar nachthemd, verdwaald, het huis in complete chaos, ongedierte over de vloer. De controle bleek er helemaal verloren, ze waren ten einde raad. Vanwege schulden zou de inboedel een paar dagen later door de deurwaarder bij opbod worden verkocht! ’Calixte: ‘We hebben toen direct Samen Doen ingeschakeld voor juridische steun en Doras voor maatschappelijk werk en hulpverlening. Het lukte ons de ouders ervan te doordringen te stoppen met schreeuwen tegen het kind. Je merkte dat er wat lucht kwam, de ergste crisis was bezworen.’

Suïcidaliteit

Pedagogische onmacht, vechtscheiding, armoede en aanranding komen niet zelden voor in de achterstandswijken van Amsterdam Noord. In havo/vwo doet opgroeien vaak weer op een andere manier pijn. ‘Zo zijn er hoogbegaafde kinderen,’ zegt Veerman, ‘waar GGZ-problematiek voorkomt, maar dan vaak in een andere vorm dan op de VMBO scholen. Het kan gaan om aandoeningen in het autistisch spectrum,  obsessieve problemen of faalangst. Sommige jongeren leggen de lat zo hoog voor zichzelf dat ze uiteindelijk overbelast en gestrest raken. Bij mij komen ze dan via school in beeld als ze veel gaan verzuimen door ziekte. ’‘Suïcidaliteit komt voor in deze groep,’ zegt Calixte, ‘maar ik zie als grote risicofactor het anders geaard voelen en genderdysforie (onbehagen over biologisch geslacht). Zeker bij niet-westerse allochtonen is dat nog een taboe. Wat we dan doen? Het hoeft niet altijd een zware therapie te zijn. Een jongen die ik een tijdje terug zag, heeft steun gezocht bij Facebookvrienden. Herkenning via boeken of documentaires kan veel helpen. Spirit heeft Qpido, een traject voor het ontwikkelen van seksuele weerbaarheid. Sommigen leren zichzelf accepteren door op toneel te gaan.’

Zorgpad

Er zijn vele problemen en vele trajecten om ze aan te pakken. Calixte was net als Judith de Meij betrokken bij de ontwikkeling van het zorgpad voor suïcidale jongeren. ‘Hierin is de voorkomende problematiek zoveel mogelijk in een kader gebracht met de stappen die vereist zijn. We kijken naar álle factoren, alle leefgebieden, om samen met behandelaars de juiste route te bepalen. Binnen ons eigen Ouder- en Kindteam zit veel expertise, van mensen met verschillende achtergronden. Het mooie is dat we altijd snel even kunnen overleggen. En dat we direct kunnen verwijzen, zonder Jeugdzorg. Ik zie dit als de winst van de transitie.’

‘Toch kan het nog wel beter,’ vindt jeugdarts Calixte Veerman. ‘Zoals in die multiproblemgezinnen met ellende tot aan het plafond. Hoe komen die mensen zover? En wie helpt ze als daar niet toevallig iemand aanbelt? Je hebt soms het gevoel dat resultaten te sterk afhangen van de inzet en doortastendheid van individuele hulpverleners. Dat zegt veel over de haperingen in ons zorgsysteem. De aanpak kan en moet nog echt beter.’