Zoeken in GGD Amsterdam
Pad tot huidige pagina
Verbergen
De GGD richt zich op alle inwoners van Amsterdam,­ Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

Groen en dieren in Amsterdam

Lijst


Er is geen stad in Nederland en ver daarbuiten waar meer is beschreven en vastgelegd over de plaatselijke flora en fauna dan in Amsterdam. Als je de vele boeken doorneemt die over de natuur in Amsterdam zijn geschreven wordt duidelijk dat je als Amsterdammer eigenlijk midden in een natuurreservaat van hoge kwaliteit woont. Een enorme diversiteit aan vogels, insecten, paddenstoelen en zeldzame planten maakt deel uit van het stadsleven. Voor de meeste mensen is deze soortenrijkdom in eerste instantie onzichtbaar. Maar zodra je je er in verdiept val je van de ene verbazing in de andere.

Flora en fauna in Amsterdam

Groen maakt een stad leefbaar. Denk aan alle parken en Artis, maar ook: binnentuinen, geveltuinen en de bomen langs wegen. Groen in Amsterdam is goed voor mensen, goed voor de waarde van onroerend goed en goed voor wilde planten en dieren. Een groene leefomgeving heeft invloed op hoe we ons voelen. Dat is bewezen: mensen in het ziekenhuis genezen sneller na een operatie als ze vanuit het raam bomen zien in plaats van beton. Kinderen maken minder ruzie op een schoolplein met planten en bomen, dan op een schoolplein zonder.
Elke ecosysteem en elke levensvorm is uniek en onvervangbaar. Deze verscheidenheid noemen we biodiversiteit. Biodiversiteit staat voor de rijkdom aan leven om ons heen en is essentieel voor het bestaan van de mens. Denk aan zuurstof en zuiver water, voeding, vezels en brandstoffen.

Minder tastbaar wellicht, maar daarom niet minder belangrijk is de rol die biodiversiteit speelt voor de gezondheid en het welzijn, voor het vestigingsklimaat van bedrijven en bewoners, of voor de ontspanning en spiritualiteit. Wie doordrongen is van de essentiële rol die biodiversiteit in ons dagelijkse leven speelt, gaat er als vanzelf voorzichtiger mee om.

Natuur is zoveel rijker en dichterbij dan we denken. We willen er actief in zijn. En we willen ermee bezig zijn. Fietsen door de polder en de stad, kijken naar planten, wroeten in de moestuin, onze kinderen er laten spelen. De natuur is de basis van ons leven, ons ‘natuurlijk kapitaal'. En andersom: alles wat wíj doen, heeft effect op de natuur.

Meeuwen, duiven en ratten in het ecosysteem van Amsterdam

Ook de dieren waar wij soms overlast van ervaren hebben een waardevolle rol in het ecosysteem van de stad. Meeuwen bijvoorbeeld. Het is verbazingwekkend te zien hoe snel en ogenschijnlijk uit het niets een grote groep kokmeeuwen verschijnt wanneer iemand brood voert aan eenden. Kokmeeuwen onderhouden dan ook een intensieve sociale communicatie, kenmerkend voor koloniebroeders. Kokmeeuwen zoeken ook erg graag naar voedsel op afvalstortplaatsen en havens. Hoewel kokmeeuwen bijna overal hun voedsel zoeken, zijn plekken met veel menselijke activiteit - en de grote hoeveelheden afval die daarmee gepaard gaan - erg populair. In de winter verliezen de kokmeeuwen hun zwarte kap - er rest dan nog slechts een tekening die lijkt op een koptelefoon.
Zilver- en kleine mantelmeeuwen zoeken alles af naar voedsel, waarbij vuilniszakken niet ongemoeid blijven. Vuilnis werkt als een magneet op deze vogels. Het zijn dan ook vogels die veel op vuilnisbelten te vinden zijn. Zowel de zilvermeeuw als de kleine mantelmeeuw zijn alleseters, maar met een natuurlijk menu van zeebanket, regenwormen, insecten en jonge vogels. Dit menu wordt in de stad aangevuld met afval: brood, patat en andere etensresten.
In het kustgebied leven de meeste zilvermeeuwen, zo ook de kleine mantelmeeuw. In de duinen zijn veel geschikte broedplaatsen verdwenen, waardoor deze meeuwensoort alternatieve broedplaatsen is gaan zoeken, zoals de platte kiezeldaken in Amsterdam.

Lijst

Duiven, stadsvogels bij uitstek

Er leven in Amsterdam verschillende soorten duiven, één ervan is de stadsduif.
Stadsduiven zijn wereldwijd verspreid. Ze weten zich uitstekend te handhaven in een omgeving die lijken op een rots: steden. De stadsduif stamt dan ook af van de rotsduif. Als echte opportunisten weten ze voedselbronnen te benutten en jongen groot te brengen. Daarbij hebben ze het voordeel dat natuurlijke vijanden vrijwel afwezig zijn op veel plaatsen. Doordat ze jongen op de meest onmogelijke plaatsen groot weten te brengen kan de populatie in korte tijd toe als er op die plekken veel gevoerd wordt of voedselafval te vinden is. Veel stadsduiven hebben vrijwel precies het kleed van de wilde voorvader van alle stadsduiven, de rotsduif. Andere zijn geheel wit of bruin, om enkele van de kleur mogelijkheden te noemen.

De houtduif kan ook goed in een stedelijk gebied leven. Meestal zijn de vogels op de grond naar voedsel aan het zoeken, of zitten ze in een boom of op een gebouw. Houtduiven broeden op soms op het dunste takje van een boom en ze zijn soms dagen bezig om een nest te bouwen: niet meer dan een bosje takken. Valt het nest naar beneden, dan beginnen ze gewoon weer opnieuw.

Stadsduif en houtduif staan bovenaan de menulijst van slechtvalk, buizerd en havik. Dat komt omdat de spiermassa van deze duif erg groot is. Die spieren hebben ze ontwikkeld om hun snelle, rechtlijnige vlucht mogelijk te maken. De ironie wil dat duiven zulke goede vliegspieren hebben om aan vijanden te ontkomen, waardoor ze juist een bijzonder aantrekkelijke maaltijd vormen...

De Turkse tortel heeft zich vorige eeuw in Europa gevestigd en broedt sinds 1950 in Nederland. De Turkse tortel kan tot wel 5 broedsels per jaar groot kunnen brengen. De jongen uit het eerste legsel doen een paar maanden later zelf al weer mee aan de voortplanting. Er zijn weinig vogels die dit zo snel kunnen. In de stad zijn Turkse tortels niet kieskeurig. Ze broeden niet alleen in bomen en struiken maar soms ook op luifels, rolluiken en verkeerslichten. Je ziet Turkse tortels bijna altijd samen. Als een verliefd stel draaien ze om elkaar heen. Vandaar dat verliefde mensenstelletjes ook wel ‘tortelduifjes' worden genoemd.

Amsterdam waterstad: goed leefgebied voor de bruine rat

Er leven verschillende soorten ratten in de stad waarvan de bruine rat de meest voorkomende is. Naast de bruine rat leven er in Amsterdam ook de zwarte rat, muskusrat en woelrat.
Het imago van de bruine rat is niet positief. Dat heeft alles te maken met de plaatsen waar hij zich graag ophoudt en zijn gewoonte om te profiteren van al het gemak dat de mens hem biedt: beschutting en voedsel. De bruine rat komt van oorsprong uit centraal en oost Azië en heeft zich over vrijwel de hele wereld verspreid. Ratten zijn vooral enkele uren voor zonsopgang en na zonsondergang actief en kunnen in een nacht wel 4 kilometer afleggen. Maar dat gebeurt in de stad niet: er is ruim voldoende ‘makkelijk te bereiken' voedsel. Voor de rat dubbel ongezond: geen beweging én verkeerd voedsel. Ze leven van nature in kleine groepen, die bestaan uit een dominant mannetje, een aantal vrouwtjes en enkele ondergeschikte mannetjes, bij meer voedsel wordt de groep steeds groter en complexer. Bruine ratten zijn slimme alleseters en zijn daarom goed in staat hun voedsel overal vandaan te halen.

Makkelijk bereikbaar voedsel is een belangrijke oorzaak voor het ontstaan van dierplagen. Het kost dieren aanzienlijk minder moeite om aan voedsel te komen dan in hun natuurlijke leefomgeving. Dieren reageren op omstandigheden die ‘onbewust' voor hen zijn gecreëerd, vooral door ons afval. Maar afval is slecht voor dieren! Zij kunnen er ziek van worden, hebben minder beweging, een zwakkere gezondheid en daardoor een mogelijk kortere levensduur. Zo worden steeds vaker ganzen en eenden geboren met afwijkingen aan vleugels en poten door het teveel aan eiwit dat zij binnenkrijgen.

Het aanbod van afval als gemakkelijk bereikbaar voedsel leidt ook tot veel nakomelingen in korte tijd. Te veel dieren op één plek verstoort het natuurlijke evenwicht. Zo kan de natuur zijn werk niet meer doen, door bijvoorbeeld in de winter de zwakkeren van honger te laten sterven, waardoor de sterkere dieren overleven. Overlast van dieren roept een gevoel van onveiligheid op: mensen vinden dieren dan vies en zijn bang voor ziektes.

Beter is: overlast voorkomen. Helaas ontstaat de meeste overlast van dieren door toedoen van de mensen zelf. In Nederland belandt naar schatting ruim 170 miljoen kilo van het huishoudelijke restafval (4% van het totaal) op straat!

Door preventieve maatregelen te nemen tegen overdadig voedselaanbod, worden overlast en schade zoveel mogelijk voorkomen. Als er dan toch opgetreden moet worden, dan doen onze dierplaagbeheersers dat zo diervriendelijk mogelijk en gebruiken zo min mogelijk gif.

Afbeelding

Afbeelding