Zoeken in GGD Amsterdam
Pad tot huidige pagina
Verbergen
De GGD richt zich op alle inwoners van Amsterdam,­ Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

Groen en luchtkwaliteit

5 december 2017

In het kort

Bomen en planten in drukke straten hebben niet altijd een positief effect op de luchtkwaliteit. GGD Amsterdam plaatst een aantal kritische kanttekeningen.


Het aanplanten van vegetatie als middel om de luchtkwaliteit in drukke straten te verbeteren is regelmatig in het nieuws. Vaak betreft het ideeën en experimenten om met (soms speciaal voor dit doel gekweekte) groenvoorzieningen fijn stof uit de lucht te filteren. De GGD Amsterdam zet een aantal kritische kanttekeningen bij de aanplant van groen als “wondermiddel” om de lokale luchtkwaliteit te verbeteren.

Voordelen van groen

Voor de duidelijkheid: de GGD is groot voorstander van de aanplant van groen in de stad. Een groene omgeving wordt doorgaans als prettig ervaren: mensen die in een groene omgeving wonen, voelen zich in het algemeen gezonder. Ook geven bomen schaduw en heeft stedelijk groen een verkoelende werking en gaat het “hitte-eilanden” tegen. In het algemeen geldt dat hoe meer ruimte er is voor groen in en om een stad, hoe beter dat is voor de luchtkwaliteit, simpelweg omdat er in een groene omgeving (parken, stadsbossen) doorgaans weinig bronnen van luchtverontreiniging aanwezig zijn. Daarnaast hebben bomen, struiken en planten inderdaad het vermogen om verontreinigende stoffen uit de lucht op te nemen: hoe groter het groene gebied, hoe meer dat een rol gaat spelen.

Welke component het beste wordt opgenomen is afhankelijk van het soort vegetatie:

  • stikstofdioxide (dat via de huidmondjes in bladeren wordt opgenomen) vooral door vegetatie met een groot bladoppervlak;
  • fijn stof, dat door depositie op vegetatie wordt afgevangen weer op andere soorten (zoals bijvoorbeeld coniferen).

Overigens is depositie van fijn stof een algemeen proces dat niet beperkt is tot vegetatie. Dit vindt bijvoorbeeld ook plaats op gebouwen, vangrails en tal van andere obstakels.

Nadelen van (lokaal) groen

In drukke straten kan de aanplant van groen, helaas, juist een averechts effect hebben. Dat komt doordat vegetatie in drukke straten ook de luchtstroming beïnvloedt en daarmee de verdunning van uitlaatgassen belemmert. Dit negatieve effect van groen is – in drukke straten - vaak groter dan het positieve effect van het afvangen van luchtverontreiniging.

Wat is er bekend?

In 2011 is door het RIVM in samenwerking met de GGD Amsterdam een update gemaakt van de invloed van groen op de luchtkwaliteit (RIVM, 2011). De conclusie was toen dat vegetatie (bomen en planten) de lokale luchtkwaliteit in een stad niet significant verbetert en die zelfs kan verslechteren. Intussen zijn we weer een paar jaar verder. Duidelijk is dat vegetatie in elk geval de luchtstroming niet mag belemmeren. Een groep Belgische onderzoekers heeft in 2013 met CFD modellen berekend voor 19 ‘real life’ situaties in Nederland en België wat de invloed is op de roet, NO2 en PM10 concentratie van lokaal aangeplant groen, met als doel de luchtkwaliteit te verbeteren (Vos et al., 2013). Slechts in 1 geval werd een significante verbetering van de luchtkwaliteit waargenomen (dit was een situatie met een 4 meter hoge niet-doorlaatbare groene barrière tussen de rijbanen). Hierdoor verbeterde de luchtkwaliteit op de stoep, maar dat kwam ook doordat er meer verticale menging optrad. Onbekend is overigens wat het effect was aan de gevel van de woningen. In de andere 18 gevallen (meestal met bomen) trad er geen verbetering op, of een verslechtering.

Er zijn ook nog andere studies verschenen in de afgelopen jaren, sommige rapporteren een verbetering, andere niet.

Een paar andere overwegingen

  • De snelheid waarmee fijn stof deeltjes op vegetatie deponeren is afhankelijk van de deeltjesgrootte: hoe groter (en zwaarder) de deeltjes, hoe makkelijker ze neerslaan. Vanuit gezondheidskundig oogpunt zijn – in drukke straten - vooral roetdeeltjes van belang. Deze roetdeeltjes zitten voor het grootste deel in de ultrafijne fractie van het fijn stof: kleiner dan 0,1 micrometer. Fijn stof deeltjes met een diameter tussen de 6 en 10 micrometer hebben de hoogste depositiesnelheid (RIVM, 2011).
  • Slechts een klein deel van de uitstoot van het wegverkeer komt in aanraking met het aanwezige groen (immers de uitlaatgassen verspreiden zich alle kanten op) en weer slechts een deel daarvan wordt in de vegetatie gedeponeerd of erin opgenomen.
  • Als je wilt nagaan of de luchtkwaliteit door de aanplant van groen verbetert, moet dat gebaseerd zijn op de verandering van de concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht, dus uitgedrukt in microgram/m3: Niet op basis van de hoeveelheid gedeponeerd fijn stof: dat zegt niets over de verandering van het gehalte fijn stof in de lucht die je inademt. Overigens is depositie van fijn stof deeltjes een algemeen optredend verschijnsel, al wordt de snelheid waarmee dat gebeurt door allerlei  factoren bepaald.  Maar ook  witte plastic tuinstoelen langs de snelweg worden na verloop van tijd zwart (er deponeren fijn stof deeltjes op).  Niemand zal echter durven beweren dat witte tuinstoelen een effectieve methode zijn om de luchtkwaliteit langs de snelweg te verbeteren.
  • De effectiviteit van de aanplant van groen om de luchtkwaliteit te verbeteren moet ook niet gebaseerd zijn  op basis van (bijvoorbeeld) wat er aan verontreiniging in en uit een glazen buis stroomt, gevuld met planten. De werkelijkheid  is immers dat de uitstoot van al die auto’s niet netjes door een buis stroomt (helaas), maar gewoon verwaait en in de straat terecht komt, waar mensen ademen.

Samenvattend

De GGD zal resultaten van experimenten waarbij groenvoorzieningen worden aangebracht om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren met belangstelling, maar kritisch, volgen.  Bij voorkeur wordt de uitstoot beperkt aan de bron: gemotoriseerd wegverkeer, industrie, scheepvaart, luchtvaart, huishoudens et cetera. Daardoor nemen de concentraties NO2, roet en PM10 (en andere componenten) in drukke straten af. De maatregelen luchtkwaliteit van de gemeente Amsterdam betreffen vrijwel allemaal bronbeleid. Binnen afzienbare termijn komen er vier nieuwe milieuzones bij (naast de bestaande milieuzone voor het vrachtverkeer), wordt een maatregel schoner parkeren ingevoerd, elektrisch vervoer wordt gestimuleerd, en het GVB gaat rijden met schone bussen, en langs wegen waar de luchtkwaliteit het allerslechtst is worden locatiespecifieke maatregelen doorgevoerd.

Green Junkie onderzoek in Amsterdam: stand van zaken december 2017

In 2016 is door het Wageningen University Research Centre (WUR) in opdracht van het AMS Institute (AMS) het onderzoeksproject ”Green Junkie: exploring added value of a green innovation for an economic vital city” uitgevoerd.
Hierin zijn de claims van speciaal gekweekte kamperfoelieplantjes om fijn stof uit de lucht te filteren onderzocht in de praktijk. Daartoe werd een proefopstelling geplaatst in de President Kennedylaan.

Zie project Green Junkie.

Het project heeft bij aanvang veel media-aandacht gekregen. Het rapport is inmiddels al meer dan een half jaar geleden afgerond en door de WUR naar AMS gestuurd. De conclusie is dat de harige kamperfoelieplantjes (Green Junkie) geen enkele verbetering van de luchtkwaliteit tot gevolg had.
Het rapport is echter, om ons onbekende redenen, tot op heden niet openbaar gemaakt.

Referenties

RIVM. Het effect van vegetatie op de luchtkwaliteit: update 2011 / J. Wesseling, S. van der Zee, GGD Amsterdam A. van Overveld. - RIVM Rapport 680705019

Vos, P.E.J., Maiheu, B., Vankerkom, J., Janssen, S. Improving local air quality in cities: To tree or not to tree? Environmental Pollution, 183 (2013), pp. 113-122