Zoeken in GGD Amsterdam
Pad tot huidige pagina
Verbergen
De GGD richt zich op alle inwoners van Amsterdam,­ Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

Hoe wordt een licht verstandelijke beperking gemeten?

27 januari 2017

In het kort

Een onderzoek kan aantonen of een kind moeite heeft met leren. De onderzoeker laat het kind opdrachten doen en praat met de ouders. Verder kijkt de onderzoeker wat het kind al zelf kan en vergelijkt dit met wat normaal is voor de leeftijd.

Op deze pagina - Hoe wordt een licht verstandelijke beperking gemeten?


Of iemand moeite heeft met leren, hangt af van het IQ (intelligentie quotiënt) en de zelfredzaamheid. Bij mensen die moeilijk leren, ligt het IQ tussen de 50 en 85. Het gemiddelde IQ ligt rond de 100. Daarnaast is ook de mate van zelfredzaamheid in het dagelijks leven belangrijk in het bepalen of iemand een licht verstandelijke beperking heeft. Dan gaat het met name om de zelfredzaamheid in sociale situaties.

schrift

Onderzoek

Het IQ wordt gemeten met een onderzoek. Uit de IQ-test komen verschillende cijfers. Het verbaal IQ (VIQ=taal) , het performaal IQ (PIQ=praktisch) en het totale IQ (TIQ). Mensen met een licht verstandelijke beperking hebben vaak een disharmonisch intelligentieprofiel. Dit houdt in dat zij op bepaalde gebieden meer vaardigheden hebben dan op andere. Vaak is het performale IQ (praktische) sterker ontwikkeld dan het verbale.

De IQ-score alleen geeft onvoldoende informatie over het functioneren van iemand die moeilijk lerend is. Het sociaal aanpassingsvermogen speelt ook een grote rol. Dit bepaalt namelijk in grote mate de manier waarop iemand functioneert in het dagelijks leven. Dit wordt bij kinderen getest door middel van vragenlijsten waarmee men duidelijk krijgt welke ontwikkelingstaken een kind kan in vergelijking met leeftijdsgenoten.

Blijvende beperking

Een licht verstandelijke beperking is een blijvende beperking. Maar met deze beperking kan iemand goed leren leven. Iemand met een licht verstandelijke beperking heeft hulp nodig bij het aanleren van vaardigheden en het omgaan met gevoelens. De mate waarin iemand blijvende zorg of ondersteuning nodig heeft verschilt per persoon. Dit is afhankelijk van het IQ, de sociale redzaamheid, de steun uit de eigen omgeving en hoe iemand zich nog ontwikkelt in zijn/haar sociale vaardigheden en algemene vaardigheden en kennis.