Zoeken in GGD Amsterdam
Pad tot huidige pagina
Verbergen
De GGD richt zich op alle inwoners van Amsterdam,­ Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

Wat merkt u aan een kind?

27 januari 2017

In het kort

Een licht verstandelijke beperking kan alleen door onderzoek worden vastgesteld. Wel vallen een aantal dingen op in het gedrag van moeilijk lerende kinderen.


Hieronder vindt u een opsomming van gedrag dat herkenbaar is bij kinderen en jongeren die moeilijk leren. Maar iemand is pas moeilijk lerend als dit is getest. Dit kan dus niet vastgesteld worden met behulp van onderstaande lijst!

skater in actieLees verder over de test.

Het kind:

Heeft meer moeite met leren dan andere kinderen van zijn/haar leeftijd

  • Heeft moeite met het begrijpen van taal (snappen wat iemand zegt). Vooral spreekwoorden en grapjes zijn lastig te begrijpen.
  • Heeft moeite met schrijven en het maken van rekensommen.
  • Leeft van dag tot dag en begrijpt weinig van ‘tijd'.
  • Heeft moeite om te begrijpen waarom iets gebeurt als gevolg van iets anders (verschil tussen oorzaak en gevolg).
  • Vindt het moeilijk om na te denken over het oplossen van een probleem.
  • Is snel afgeleid, kan bijvoorbeeld niet lang werken aan een taak en kan een taak niet van het begin tot het einde afmaken.
  • Houdt zich niet aan afspraken. Niet omdat hij/zij dat niet wil, maar omdat hij/zij de afspraak niet heeft onthouden of begrepen.

Heeft meer moeite met het omgaan met gevoelens

  • Kan zich moeilijk inleven in iemand anders. Reageert vooral vanuit zichzelf.
  • Kan moeilijk praten over zijn/haar gevoelens.
  • Reageert vaak met heftig op gevoelens van anderen, zonder eerst na te denken.
  • Reageert vaak ongeremd: eerst doen en daarna pas nadenken.
  • Reageert overal op.
  • Vindt het moeilijk om te gaan met nieuwe situaties.
  • Vindt het moeilijk om te kiezen.
  • Vindt het moeilijk om nieuwe vriendschappen te sluiten en te onderhouden.

Wil zo normaal mogelijk zijn

  • Ontkent dat hij/zij moeilijk leert en overschat zichzelf.
  • Denkt juist dat hij/zij niets kan en onderschat zichzelf.
  • Is gemakkelijk door anderen over te halen (te beïnvloeden).
  • Kan moeilijk inzien wanneer iemand slechte bedoelingen heeft.

Verbergt zijn/haar beperking

  • Overschreeuwt zichzelf soms, of kan een verhaal verzinnen om te verbergen dat hij/zij iets niet weet.
  • Gebruikt moeilijke woorden op een verkeerde manier.