Zoeken in GGD Amsterdam
Pad tot huidige pagina
Verbergen
De GGD richt zich op alle inwoners van Amsterdam,­ Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

Risicogestuurd toezicht

9 juli 2015

Risicogestuurd toezicht

Modern toezicht is selectief, dat betekent meer toezicht waar dat nodig is en minder toezicht waar dat kan. Voor het jaarlijks onderzoek naar de kwaliteitseisen die in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen wordt gesteld, wordt door de GGD-en gebruik gemaakt van een risicoprofiel om een inschatting te maken van of er veel of weinig toezicht nodig is op een locatie.[1] Voor voorzieningen voor gastouderopvang wordt geen risicoprofiel opgesteld.

Aan de hand van zeven landelijk vastgestelde indicatoren, die gericht zijn op de belangrijkste aspecten voor het bieden van kwalitatief goede kinderopvang, wordt het risicoprofiel van een locatie opgesteld.[2] Om tot de kleur van de indicatoren te komen, worden landelijk vastgestelde vragen op uniforme wijze beantwoord. Bij het opstellen van het risicoprofiel voor een locatie kijkt de toezichthouder onder andere naar de inspectie- en handhavingshistorie van een locatie, naar externe informatie en de nalevingsbereidheid van een locatie. De optelsom van de verschillende scores resulteert in een kleur voor de locatie.
De betekenis van de kleuren is als volgt:

Centrumkleur Betekenis
Groen Er is geen reden tot zorg; noch over de actuele situatie noch over de nabije toekomst.
Geel Er is geen reden tot zorg over de actuele situatie, maar wel tot lichte zorg over de nabije toekomst
Oranje Er is reden tot lichte zorg over de actuele situatie en reden tot zorg over de nabije toekomst.
Rood

Er is reden tot zorg of serieuze zorg over de actuele situatie en reden tot serieuze zorg over de nabije toekomst.

Inhoud vragen per indicator van het risicoprofiel voor dag- en buitenschoolse opvang en peuterspeelzalen

Indicator 1. Naleving van de beroepskracht-kind-ratio en opvang in groepen

De toezichthouder schat in hoe groot de kans is dat de beroepskracht-kind-ratio wordt nageleefd en de kinderen worden opgevangen in hun eigen groepen. Hierbij wordt gekeken of de beroepskracht-kind-ratio en de opvang in groepen bij de meest recente inspectie werd nageleefd, maar ook of dat in de afgelopen drie jaar het geval was. Daarnaast wordt onderzocht of er sprake is van een patroon met betrekking tot de naleving van de beroepskracht-kind-ratio en of kinderen weleens worden opgevangen buiten hun eigen stamgroep. Hierbij wordt rekening gehouden met tekortkomingen als gevolg van calamiteiten.

Indicator 2. Pedagogisch beleid en praktijk

De toezichthouder gaat na of het pedagogisch beleidsplan en de pedagogische praktijk bij de meest recente inspectie voldeden, maar ook of dat in de afgelopen drie jaar het geval was. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen daadwerkelijke tekortkomingen en de aandachtspunten die beschreven staan in het inspectierapport.

Indicator 3. Veiligheid en gezondheid in de praktijk

Hiervoor onderzoekt de toezichthouder onder andere of de veiligheid en gezondheid in de praktijk bij de meest recente inspectie voldeed, maar ook of dat in de afgelopen drie jaar het geval was. Hierbij wordt ook gekeken naar de aandachtspunten op het gebied van veiligheid en gezondheid. Daarnaast wordt onderzocht of de risico-inventarisaties de afgelopen drie jaar elk jaar zijn gedaan en of zij actueel zijn. Verder wordt nagegaan of er in het afgelopen jaar (ernstige) ongevallen hebben plaatsgevonden en of er sprake is van een actief veiligheids- en gezondheidsbeleid. Bij dit laatste wordt onder andere gekeken naar de frequentie en inhoud van het werkoverleg en of er actuele en adequate werkinstructies aanwezig zijn.

Indicator 4. Klachten en/of signalen en hun afhandeling

Er wordt gekeken of er de afgelopen drie jaar klachten en/of signalen bij de GGD Amsterdam zijn binnengekomen over de kwaliteit van uw opvang. Indien hier sprake van was, wordt nagegaan wat de aard van de klachten en/of signalen was en of deze klachten en/of signalen adequaat door u zijn afgehandeld.

Indicator 5. Personeelsverloop en personeel

De toezichthouder onderzoekt of er sinds de vorige inspectie sprake is van veel personeelsverloop en of er het afgelopen jaar een wisseling is geweest van directie/locatieverantwoordelijke. Daarnaast wordt onderzocht of er sprake is van een deskundige én betrokken locatieverantwoordelijke/directie en of de beroepskrachten gemotiveerd en betrokken zijn. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de mate van aanwezigheid van de leidinggevende op de locatie en naar opleidingsniveau en managementervaring van de leidinggevende. Bovendien wordt gekeken of alle diploma’s en VOG’s in orde zijn en of er veel met tijdelijke en/of uitzendkrachten is gewerkt. Ook wordt onderzocht of er een beleid is voor het inzetten van vaste gezichten met betrekking tot invallers.

Indicator 6. Intern kwaliteitsbeleid

Er wordt onder andere bekeken hoe de organisatie waartoe de locatie behoort, bekendstaat bij de GGD Amsterdam. Verder wordt er nagegaan of de locatie gecertificeerd is en of er op structurele basis teamoverleg plaatsvindt. Hierbij wordt ook gekeken naar de frequentie en inhoud van het teamoverleg en of dit buiten de opvangtijden plaatsvindt. Daarnaast wordt onderzocht of de ontwikkelingen van de kinderen worden gemonitord. Bij dit laatste wordt onder andere gekeken of er een vaste observatiemethode gebruikt wordt en of er voor ieder kind een mentor aangewezen is die zicht houdt op de totale ontwikkeling.

Indicator 7: Handhaving en naleving

Bij deze indicator wordt nagegaan of de GGD Amsterdam de afgelopen drie jaar een advies tot handhaving heeft gegeven en of de houder binnen de gestelde termijn heeft voldaan aan de eisen. Hierbij wordt ook onderzocht of de handhaving het juiste resultaat heeft opgeleverd en of er sprake is geweest van herhaalde overtredingen.

Rapporten

Risicogestuurd toezicht op kinderdagverblijven en buitenschoolse-opvangcentra in de regio Amsterdam, 2013 (PDF, 1.1 MB)

Risicogestuurd toezicht op kinderdagverblijven en buitenschoolse-opvangcentra in de regio Amsterdam : vervolgonderzoek, 2015 (PDF, 218 kB)

[1] In artikel 2 lid 2 van de beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang en peuterspeelzalen 2013, is vastgelegd dat op basis van het door de GGD Nederland ontwikkelde risicomodel de toezichthouder het college adviseert over de inspectieactiviteiten bij een kindercentrum of een gastouderbureau.[2] Het risicoprofiel wordt na afloop van het jaarlijkse inspectiebezoek opgesteld door de toezichthouder, en indien hier aanleiding toe is tussentijds aangepast.