Zoeken in GGD Amsterdam
Pad tot huidige pagina
Verbergen
De GGD richt zich op alle inwoners van Amsterdam,­ Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

Verschillende stappen in het onderzoek

17 oktober 2014

Het onderzoek

Het onderzoek door de toezichthouder vindt onaangekondigd plaats. Indien gewenst kan de toezichthouder zich wel altijd legitimeren. Een jaarlijks onderzoek vindt altijd plaats op de locatie. Een nader onderzoek kan ook alleen een bureauonderzoek zijn, indien eerder is gebleken dat bepaalde beleidsdocumenten niet in orde waren of een telefoongesprek voldoende is om te beoordelen of de overtredingen zijn hersteld.

Overleg en overreding

Soms worden er tijdens het onderzoek kleine overtredingen geconstateerd die snel kunnen worden hersteld. De toezichthouder kan dan overleg en overreding toepassen. Dit betekent dat de houder wordt aangespoord om de overtreding te herstellen voordat het rapport op wordt gesteld. Dit voorkomt onnodige handhaving. Overleg en overreding wordt altijd in het rapport benoemd.

De toezichthouder past niet altijd overleg en overreding toe. Dit is afhankelijk van een aantal factoren:

  • De eerder getoonde nalevingsbereidheid van de houder: heeft de houder in het verleden geconstateerde overtredingen snel en uit zichzelf hersteld?
  • Aantal en de ernst van de overtredingen: zijn er overtredingen waarop snel ingrijpen door de gemeente van belang is?
  • De mogelijkheid om de overtreding snel te herstellen: is de overtreding te herstellen zonder dat er een beleidswijziging moet plaatsvinden, waar bijvoorbeeld de oudercommissie eerst nog adviesrecht over heeft?

Toesturen van documenten

Niet alle administratie is altijd aanwezig op het kindercentrum. De toezichthouder kan de houder in de gelegenheid stellen om nog documenten na te leveren die op een andere locatie liggen. De termijn hiervoor is afhankelijk van de hoeveelheid tijd die redelijkerwijs nodig is om zaken aan te kunnen leveren en of vanuit de regeling wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen er een verplichting is om het betreffende document in de administratie te hebben.

De toezichthouder kan afspraken met u maken over het aanleveren van algemene documenten, zodat deze niet telkens bij iedere vestiging of bij elk onderzoek alsnog moeten worden opgestuurd. Neem contact op met de inspectie kinderopvang om hier afspraken over te maken.

Hoor en wederhoor

Na het versturen van het ontwerprapport vindt er bij jaarlijkse en incidentele onderzoeken overleg plaats met (een vertegenwoordiger van) de houder. In dit overleg kan de inhoud van het rapport worden besproken. Nieuwe feiten (zoals bijvoorbeeld het herstel van geconstateerde overtredingen) worden niet meer in het rapport meegenomen. Wel kan het zijn dat de toezichthouder en de houder overeenstemming hebben over een onjuistheid of onduidelijkheid in het rapport. De toezichthouder kan het rapport dan nog aanpassen.

Bij het nader onderzoek is er geen hoor en wederhoor.

De zienswijze

Na het vaststellen van het ontwerprapport kan de houder een zienswijze indienen op de inhoud van het rapport. In de zienswijze geeft de houder zijn mening over de inhoud van het ontwerprapport. De termijn voor het indienen van een zienswijze is voor jaarlijkse en incidentele onderzoeken in de regel twee weken, maar kan in geval van spoed worden verkort. Bij een inspectie na aanvraag is de zienswijze vijf dagen. Beleidsstukken en bijlagen kunnen niet als zienswijze worden behandeld. De zienswijze wordt als bijlage in het rapport opgenomen. Nadat de zienswijze is ingediend, wordt het rapport definitief vastgesteld.

Publiceren van het rapport

Binnen drie weken na het vaststellen van het inspectierapport wordt het rapport gepubliceerd op www.landelijkregisterkinderopvang.nl.