Twee instrumenten voor brede gespreksvoering vergeleken: de Zelfredzaamheid-Matrix en Mijn Positieve Gezondheid

De Amsterdammer centraal. Dat is één van de uitgangspunten in de doorontwikkeling van het Sociaal Domein. Professionals in de Sociale Basis en de Buurtteams doen dat onder andere door goed te luisteren naar de Amsterdammers die bij hen komen.  En door breder te kijken dan de directe hulp- of ondersteuningsvraag die neergelegd wordt. Maar hoe doe je dat, dat breder kijken? Veel gebruikte instrumenten zijn Mijn Positieve Gezondheid en de Zelfredzaamheid-Matrix. Twee heel verschillende instrumenten die zich lenen voor verschillende situaties. Francisca Flinterman en Steve Lauriks hebben de twee instrumenten naast elkaar gezet.

Natuurlijk hoef je niet bij elke enkelvoudige hulpvraag meteen de hele context uit te pluizen. Maar juist bij die Amsterdammers waarvan je onderbuikgevoel zegt dat er meer aan de hand is, is een brede vraagverheldering essentieel. Wat is de context van iemands vraag, wat is de ‘vraag achter de vraag’? En waar zit iemands intrinsieke motivatie om actie te ondernemen?
De Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) en het spinnenweb van Mijn Positieve Gezondheid (MPG) zijn twee tools die een indicatie van het functioneren van mensen op een brede set van gezondheidsdomeinen geven. Beide zijn geschikt voor het voeren van een breed gesprek. Maar het doel van zo’n gesprek en het type cliënt en hulpvraag bepalen welk van de twee instrumenten het meest geschikt is.

Figuur 2. Voorbeeld van ZRM-scores van een cliënt bij instroom en bij uitstroom uit een interventie

Figuur: Voorbeeld van ZRM-scores van een cliënt bij instroom en bij uitstroom uit een interventie

De ZRM is een objectief en normatief meetinstrument, dat aan de hand van criteria in kaart brengt hoe het met iemand gaat, vanuit een professioneel perspectief. Gebruik van de ZRM is bijvoorbeeld onontbeerlijk als je een indicatie wilt stellen voor een bepaald type (bemoei-)zorg of ondersteuning, als je de effecten van een interventie wilt meten, of als je cliënten met elkaar wilt vergelijken. MPG, daarentegen, is een subjectief instrument dat het perspectief van de cliënt zonder normatief kader in beeld brengt. Gebruik van MPG is aan te raden als je het gesprek wilt voeren alleen vanuit de beleving van de cliënt of als je op zoek bent naar hoe een cliënt intrinsiek te motiveren en te activeren.

In een recent uitgekomen artikel in het Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen [link] worden beide instrumenten uitgebreid met elkaar vergeleken en worden de voors en tegens op een rijtje gezet.

Een van de belangrijkste conclusies in het artikel  is dat de instrumenten niet inwisselbaar zijn. Het naast elkaar gebruiken van beide instrumenten is wel goed mogelijk. Door de combinatie van een objectieve meting van het functioneringsniveau van de cliënt met het in kaart brengen van diens subjectieve beleving en intrinsieke motivatie kan de beste passende en effectieve zorg en ondersteuning gerealiseerd worden.