Nieuwsbrief #7 - november 2017

Nieuwsbrief #7 - november 2017

Lijst

Beste lezer,

Hierbij ontvang je de digitale nieuwsbrief van het homocohort. Bedoelt voor alle deelnemers en andere belangstellenden. Met deze nieuwsbrief houden we jullie op de hoogte van de ontwikkelingen binnen het homocohort.

Wil je reageren op deze nieuwsbrief of vragen hebben, neem dan contact op met onderstaand mail adres:

Info-homocohort@ggd.amsterdam.nl

Het jaar is alweer bijna voorbij. Een goed moment om terug te blikken op een dynamisch jaar binnen het homocohort.

Een jaar vol veranderingen, dat is vast niet onopgemerkt gebleven.

Zo hebben wij afscheid genomen van onze zeer gewaardeerde collega Marc van Wijk nadat hij een andere uitdaging aangegaan is binnen de GGD. Daarentegen is Samantha ons komen versterken als onderzoeksverpleegkundige en Ward van Bilsen als cohort-arts.

En tot slot heeft Wendy van der Veldt een nieuwe functie binnen de GGD gekregen en zal hierdoor minder vaak te vinden zijn bij het cohort.

Kortom binnen één jaar een heel nieuw team dat fris en vol enthousiasme het cohort zal voortzetten zoals jullie gewend zijn, maar ook open staan voor vernieuwingen.

Cohort nieuwtjes:

  • De papieren mappen, sommige indrukwekkend dik na al die bezoeken over de jaren, zullen binnenkort tot het verleden behoren. Ze blijven in de kast aanwezig om bij eventuele vragen als opslagwerk erbij te kunnen pakken, maar binnenkort gaan wij digitaal.
  • Vanuit de deelnemers was er veel vraag of het onderzoek ook op de vrijdag kon plaats vinden. Vanaf oktober zijn wij in de even weken ook op de vrijdag aanwezig voor hiv negatieve mannen.
  • De afgelopen maanden hebben veel nieuwe deelnemers zich aangemeld. Meestal zijn zij via bestaande deelnemers in het cohort gekomen.

Op dit moment wordt er hard gewerkt aan een nieuwe website en zijn er nieuwe flyers in de maak.

Inhoud

  • Antibioticagebruik
  • Onderzoek naar seksuele carrières
  • Nieuw doelwit in het gevecht tegen hiv
  • Waarom kiezen homomannen en andere mannen die seks hebben met mannen voor PrEP als HIV-preventiemiddel?
  • PrEP gebruik in het ACS

Antibioticagebruik

Antibioticagebruik voor of tijdens een homocohort bezoek: praktische informatie.
Het gebruik van antibiotica kan de betrouwbaarheid van soa testen beïnvloeden. Daarom hier wat praktische informatie over hoe te handelen bij (recent) antibioticagebruik:
   
- Gebruik je antibiotica tijdens het geplande homocohort bezoek, of ben je net klaar met een antibioticakuur? Neem dan van tevoren contact op met de verpleegkundigen van het cohort om je afspraak te verzetten. Er dienen minimaal 7 dagen te zitten tussen het staken van antibiotica en het cohortbezoek.

- Heb je recent antibiotica gebruikt in verband met een doorgemaakte soa? Indien je recent een behandeling hebt gehad voor gonorroe, dan dient er minimaal 2 weken te zitten tussen het einde van de behandeling en het volgend soa onderzoek. Voor chlamydia geldt een tijdslimiet van 6 weken. Valt je homocohort afspraak binnen deze 2 of 6 weken, afhankelijk van welke soa je hebt gehad, neem dan contact op met de verpleegkundigen om je afspraak te verzetten. Bij een recente syfilisinfectie hoef je geen rekening te houden met je homocohort afspraak.

- Gebruik je langdurig antibiotica? Meld dat in ieder geval aan de verpleegkundigen. Je afspraak kan dan gewoon doorgaan, waarbij we je tevens zullen testen op soa’s.

- Heb je soa gerelateerde klachten buiten je cohort bezoek? Dan raden we je aan om zo snel mogelijk een afspraak te maken met de soa poli, ongeacht of je antibiotica gebruikt.

Onderzoek naar seksuele carrières

Dr. Maartje Basten & dr. Amy Matser

Seksueel gedrag en het risico op hiv dat hiermee samenhangt verandert tijdens iemands leven. Dit risicogedrag kan toenemen of afnemen door bijvoorbeeld het aangaan of verbreken van een vaste relatie, een verhuizing of veranderingen in de werksituatie. Een beter inzicht in hoe gedragspatronen tijdens iemands leven veranderen is belangrijk. Het helpt ons nl. om preventie maatregelen, bijvoorbeeld het promoten van PrEP of condoomgebruik en counseling, beter en meer gericht in te zetten op het moment dat iemand het nodig heeft.

De vragenlijsten die je elk half jaar invult geven ons inzicht in hoe seksueel gedrag tijdens het leven verandert. We hebben gebruik gemaakt van gegevens uit de vragenlijsten tussen 2007 en 2017. In deze periode hebben 815 personen deelgenomen.

Eerst hebben we een risicoscore gemaakt die aangeeft hoeveel risico iemand heeft gehad op het krijgen van hiv. Daarna hebben we gekeken hoe deze risicoscore tijdens iemands leven verandert en of we groepen konden ontdekken van personen die hetzelfde soort gedragspatroon hadden. Dat is gelukt. We hebben drie groepen gevonden en dus drie typen gedragspatronen.

De grootste groep (90% van de totale onderzoeksgroep) had overwegend laag seksueel risicogedrag vanaf de eerste keer seks tot aan het einde van de seksuele carrière. Een veel kleinere groep (6%) begon de seksuele carrière met laag risicogedrag waarna het risicogedrag steeg tijdens het leven. De kleinste groep (3%) had vanaf het begin van de seksuele carrière hoog seksueel risicogedrag en dit daalde naarmate men ouder werd. Deze patronen kun je zien in figuur 1. Personen met overwegend laag seksueel risicogedrag hadden een kleinere kans om hiv op te lopen dan personen in de andere twee groepen. Personen bij wie het risicogedrag steeg of daalde tijdens de seksuele carrière hadden op het moment dat het risicogedrag laag was vaker een vaste partner en gebruikten minder vaak drugs dan op het moment dat hun risicogedrag hoog was.

Dankzij het cohort hebben wij een beter inzicht gekregen in het beloop van seksueel risicogedrag tijdens iemands leven; dit helpt ons om preventie strategieën te ontwikkelen die beter aansluiten bij de fase in de seksuele carrière waarin iemand zich bevindt.

Nieuw doelwit in het gevecht tegen hiv

Dr. Marit van Gils, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam

Het feit dat er, na tientallen jaren van onderzoek, nog geen hiv-vaccin beschikbaar is, geeft aan dat het geen gemakkelijke opgave is om effectieve bescherming te creëren tegen dit virus. Alle werkende vaccins tegen andere infectieziekten die op dit moment gebruikt worden, wekken neutraliserende antilichamen op. Deze antilichamen binden aan het beschikbare deel aan de buitenkant van het virus; bij hiv is dat het envelop eiwit, dat noodzakelijk is voor het binnendringen in de cel door het virus. Op deze wijze kunnen antilichamen de binnenkomst in de gastheercel blokkeren en dus ook infectie voorkomen. Hoopgevend is dat bij sommige deelnemers van de Amsterdam Cohort Studies na hiv-infectie zogenaamde breed neutraliserende antilichamen zijn gevonden. Deze antilichamen kunnen, zoals de naam suggereert, een breed scala aan hiv-varianten blokkeren. Men denkt dat dit soort antilichamen, vóór het eerste contact met hiv, bescherming zou kunnen bieden tegen infectie met hiv.

Een belangrijk vraagstuk is dan ook hoe we met behulp van een vaccin deze breed neutraliserende antilichamen kunnen opwekken in mensen. Om dit te onderzoeken hebben we antilichamen geïsoleerd uit een deelnemer van de Amsterdam Cohort Studies die zeer sterke antilichamen had ontwikkeld na infectie. In een recent artikel in Nature Microbiology beschrijven wij deze antilichamen en laten we zien dat ze een breed scala aan hiv-varianten kunnen neutraliseren. We kunnen nu bestuderen of we deze specifieke nieuw ontdekte antilichamen ook kunnen opwekken in gezonde vrijwilligers met behulp van een vaccin, dat dan mogelijk bescherming kan bieden tegen hiv-infectie. Deze studie laat heel mooi zien hoe de kennis verkregen uit de Amsterdam Cohort Studies kan bijdragen aan de ontwikkeling van een hiv-vaccin.

Waarom kiezen homomannen en andere mannen die seks hebben met mannen voor PrEP als HIV-preventiemiddel?

Motieven om PrEP te gebruiken in de Amsterdam PrEP (AMPrEP)  studie.

Hanne Zimmermann, namens het AMPrEP team

De afdeling infectieziekten van de GGD Amsterdam is in augustus 2015 gestart met een onderzoek naar een nieuwe methode van hiv preventie, genaamd PrEP.

PrEP staat voor pre-expositie profylaxe. PrEP is een manier om met behulp van antiretrovirale medicijnen het risico op een hiv infectie te verlagen. Onderzoeken uit het buitenland hebben aangetoond dat PrEP beschermt tegen een infectie met hiv, als het correct wordt ingenomen. Het Amsterdam PrEP (AMPrEP) project biedt een keuze tussen twee PrEP schema’s: dagelijkse PrEP (iemand neemt elke dag 1 tablet PrEP) en PrEP rondom (risicovolle) seks  (iemand neemt PrEP in volgens een speciaal schema: 2 pillen tussen de 24 en 2 uur voordat iemand verwacht risico te lopen op hiv, daarna 1 tablet elke 24 uur tot 48 uur na het laatste risico). Het primaire doel van AMPrEP is om ervaringen met PrEP op te doen die de praktijk zou kunnen informeren over de beste wijze van PrEP implementatie in Nederland. Een van deze ervaringen/inzichten is waarom AMPrEP deelnemers PrEP willen gebruiken en hoe een keuze wordt gemaakt tussen de twee PrEP schema’s. Dit  werd aan het begin  van de studie uitgevraagd middels een semi-gestructureerd interview.

Meer achtergrond over het Amsterdamse PrEP project kun je  vinden op: www.ggd.amsterdam.nl/prep en in eerdere versies van de nieuwsbrief.

Waarom PrEP?

Bijna 70% van de deelnemers gaf als belangrijkste reden om PrEP te willen gebruiken aan zichzelf te willen beschermen tegen hiv. In de meeste gevallen kwam dit voort uit een verwachting  van hoog eigen risico op hiv of de angst die hieraan verbonden was. Terwijl sommigen juist extra bescherming wilden naast condoomgebruik, zochten anderen naar een manier om de afname in hun condoomgebruik te compenseren. Anderen verwachtten dat PrEP hen meer seksuele vrijheid zou geven en daarmee het plezier in en de tevredenheid over seks zou verhogen. Daarnaast vonden deelnemers het belangrijk niet alleen zichzelf maar ook anderen te kunnen beschermen tegen hiv en de verspreiding van hiv in de samenleving te stoppen. Deelname aan het PrEP-project werd ook door veel mannen gezien als een manier om te kunnen bijdrage aan wetenschappelijk onderzoek en de implementatie van PrEP in Nederland. 

Dagelijks PrEP of PrEP rondom (risicovolle) seks?
Bij de start van AMPrEP kozen 273 deelnemers ervoor PrEP dagelijks te gebruiken en 103 om PrEP rondom seks te gebruiken. Motieven om PrEP dagelijks te gebruiken waren o.a. een voorkeur voor dagelijkse routine, het beschouwen van dagelijks PrEP als veiliger en effectiever dan PrEP rondom seks, en de angst voor steeds opnieuw beginnende bijwerkingen bij PrEP rondom seks. Ook het hebben van veel seks of het niet willen of kunnen plannen van seks waren redenen om PrEP dagelijks te gebruiken. Motieven voor het kiezen van PrEP rondom seks waren onder andere de voorkeur geen dagelijkse medicijnen willen slikken vanwege een mogelijke aanslag op het lichaam, mogelijke bijwerkingen bij dagelijks gebruik, angst om dagelijks PrEP te vergeten, en geen onnodige pillen willen slikken bij planbare of weinig (risicovolle) seks. Uit de gerapporteerde redenen blijkt dat zowel dagelijks PrEP als PrEP rondom seks aansluiten bij een verscheidenheid aan verwachtingen en behoeften in de seksuele levens van mannen die seks hebben met mannen en transgender vrouwen.

PrEP gebruik in het ACS

Ward van Bilsen & Liza Coyer

PrEP is recent in Nederland geregistreerd als middel om een hiv infectie te voorkomen. De Gezondheidsraad bereidt momenteel een advies voor, op basis waarvan de Minister van Volksgezondheid op z’n vroegst in 2018 een uitspraak zal doen of PrEP vergoed zal worden in Nederland. Ondanks dat PrEP nog niet vergoed wordt, zijn er al wel mannen die PrEP gebruiken. Dit zijn voornamelijk mannen die seks hebben met mannen. Om meer inzicht te krijgen in hoeveel mannen dit zijn en wat hun kenmerken zijn, hebben we dit onderzocht aan de hand van diverse vragen in het ACS. Tevens hebben we gekeken naar het aantal mannen dat in aanmerking komt voor PrEP volgens de huidige Nederlandse richtlijnen en hoeveel mannen PrEP zouden willen gaan gebruiken als het vergoed wordt in Nederland.

Tussen juni 2015 en juli 2017 gaven 57 mannen aan PrEP te hebben gebruikt, waarbij het aantal gebruikers over de jaren gestaag toenam. Van deze 57 PrEP gebruikers waren er 38 mannen die aangaven dat ze PrEP kregen via het AMPrEP project. De overige 19 mannen gaven aan PrEP op een andere manier te verkrijgen, bijvoorbeeld online of via een buitenlandse kliniek. Circa de helft gebruikte PrEP dagelijks en de andere helft alleen rondom risicovolle seks.

Mannen die PrEP gebruikten hadden een hoger seksueel risicogedrag voordat ze startten met PrEP in vergelijking met mannen die geen PrEP gebruiken. Zo hadden PrEP gebruikers minder vaak een vaste partner (60% versus 84% bij niet-gebruikers), meer losse partners (gemiddeld 21 per half jaar versus 11 per half jaar bij niet-gebruikers), vaker anale seks zonder condoom en vaker ‘chemsex’ (seks onder invloed van crystal meth, GHB of mephredrone). Het aantal soa in het half jaar voorafgaand aan het starten van PrEP was niet verschillend tussen PrEP gebruikers en niet-gebruikers.

De Nederlandse richtlijn zegt dat een man die seks heeft met mannen in aanmerking komt voor PrEP, als hij in het afgelopen half jaar (1) anale seks heeft gehad zonder condoom met een hiv-positieve partner of partner van wie de hiv-status niet bekend is, (2) een anale SOA heeft gehad en/of (3) post-exposure profylaxe (PEP) voorgeschreven heeft gekregen. Tussen juli en december 2016 zouden op basis van deze richtlijn 152 van de 459 HIV-negatieve mannen in het ACS (33%) in aanmerking komen voor PrEP. Mannen die in aanmerking kwamen voor PrEP wilden vaker PrEP gaan gebruiken dan mannen die niet in aanmerking kwamen. In totaal gaf 30% van de mannen aan een hoge intentie te hebben voor PrEP gebruik, wat opliep tot 52% bij mannen die in aanmerking kwamen voor PrEP.

Concluderend: het huidige gebruik van PrEP binnen het homocohort is laag (<10%), maar er wordt wel een stijging over de tijd gezien. Mannen die PrEP gebruiken hebben een hoger seksueel risicogedrag voordat ze starten met PrEP in vergelijking met mannen die geen PrEP gebruiken. Het aantal mannen dat in aanmerking komt voor PrEP en dit ook graag wil gaan gebruiken is relatief hoog, wat aangeeft dat een relatief hoog aantal mannen kan profiteren van PrEP zodra het vergoed zal worden in Nederland.

Auteurs

Dr. Maartje Basten
Dr. Amy Matser
Dr. Marit van Gils
Ward van Bilsen
Hanne Zimmerman
Liza Coyer