Suïcidepreventie: investeren in heden en in de toekomst

3 december 2018

De uitvoering van het project Suïcidepreventie Amsterdam begon in 2011. Maar daarvoor  was er al veel werk verricht ter voorbereiding.

In september 2010 verscheen het rapport ‘Suïcidepreventie: een lokaal plan van aanpak’ waarin werd uitgelegd welke rol de gemeente in de lokale suïcidepreventie kan spelen. De keuze voor een integraal aanpak, gericht op verschillende niveaus van preventie en verschillende doelgroepen, werd beargumenteerd op basis van de aanbevelingen in het Beleidsadvies van het Trimbos-instituut (2007), literatuuronderzoek,  focusgroepen en interviews met experts , professionals en nabestaanden.

Expertise gebundeld
Om het project  zo goed mogelijk te  plannen en uitvoeren, werd ook een begeleidingscommissie van experts samengesteld. Deze experts hebben hun eigen, specifieke expertise en vertegenwoordigen verschillende organisaties waarmee de GGD nauwe contacten onderhoudt om de doelen van het project te bereiken.

Nu, acht jaar na de oprichting van onze begeleidingscommissie, moeten we afscheid nemen van drie belangrijke leden die ons acht jaar gesteund en geadviseerd hebben.  Prof. Ad Kerkhof en prof. Adriaan Honig gaan met pensioen en Age Niels Holstein heeft zijn lange carrière van inspanningen op het gebied van suïcidepreventie beëindigd, omdat zijn werk niet meer op gezondheidszorg gericht is.

We willen ze hartelijk bedanken voor hun bijdrage aan het voortgang van het project, dat al jaren een structurele financiering van gemeente Amsterdam mag ontvangen.

Nieuwe commissieleden
We zijn blij dat dr. Diana van Bergen nog steeds als  lid van onze begeleidingscommissie  blijft. Daarnaast heten wij de nieuwe commissieleden van harte welkom:

• Dr. Ton Vergouwen, psychiater van OLVG locatie West. Ton Vergouwen continueert onze band met het OLVG en ziekenhuispsychiatrie.
• Dr. Gerdien Franx, programmamanager van de Supranetprogramma’s (Supranet GGZ en Supranet Community) en van de Landelijke Agenda Suïcidepreventie.  De Landelijke Agenda is gericht op de invoering van werkzame, preventieve maatregelen met als doel om het aantal suïcides te laten afnemen. Via Gerdien Franx onderhouden wij contact met 113 Zelfmoordpreventie en blijven wij geïnformeerd over de landelijke ontwikkelingen.
• Drs. Vos Beerthuis,  Geneesheer-directeur van Arkin en  psychiater bij de crisisdienst. We hopen met zijn inbreng voor een nauwere samenwerking en coördinatie met de GGZ. 
• Dr. Derek de Beurs,  senior onderzoeker GGZ bij NIVEL, betrokken bij innovatieve projecten zoals de ontwikkeling van een Suicide preventie app, een e-learning module suicidepreventie, en een project rondom netwerkanalyses van suicidaliteit. Via Derek  houden we contact met  wetenschap en onderzoek op het gebied van suïcidepreventie.



"Ga vooral zo door!"
Ad Kerkhof is de enige professor Suïcidepreventie in Nederland. Vanaf het allereerste begin is hij als commissielid nauw betrokken bij de Amsterdamse aanpak. Terugkijkend op het verleden, heden en de toekomst stelden wij hem vier vragen.

1.  Wat is uw band met de Amsterdamse aanpak suïcidepreventie?
“Ik zat in de werkgroep als wetenschapper die zich bezig houdt met onderzoek naar suïcidepreventie.  Het ging precies om de kern van mijn taak: hoe kan de wetenschap bijdragen aan de organisatie en inhoud van de gezondheidszorg,  zodanig dat de kans op suïcide in de bevolking minder groot wordt?
En dat was precies ook de taak van de werkgroep van de GGD. Dus we vonden elkaar op gezamenlijke belangen. “

2.  Hoe heeft u de periode als commissielid ervaren?
“Ik heb dat als buitengewoon plezierig ervaren. De mensen uit de werkgroep waren allen zeer gemotiveerd om de stand van zaken rond suïcidepreventie te (blijven) verbeteren.”

3.  Wat vindt u van de Amsterdamse aanpak suïcidepreventie?
“Ik was én ben erg gecharmeerd van het toeleiden van suïcidepogers naar de zorg, indien verwijzingen vanuit het ziekenhuis niet opgevolgd worden. De casemanager Monique van Raan doet  fantastisch werk daarbij en ik denk dat daarmee vast wel enkele suïcides voorkomen zijn.
Daarnaast worden gatekeeperstrainingen ook al jaren uitgevoerd; duizenden Amsterdammers zijn inmiddels getraind in het herkennen van suïcidesignalen en worden vaardig in gespreksvoering en het geven van motiverende verwijzingen naar huisarts of GGZ. Ik verwacht ook veel van de gatekeeperstrainingen: de bekendheid van suïcideproblemen in de bevolking wordt hiermee actief verbeterd. Dat verhoogt de kans dat mensen die worstelen met suïcidaliteit op tijd worden opgemerkt.”

4.  Welke aanbeveling(en) heeft u voor het Amsterdamse team     Suïcidepreventie?
“Mijn aanbeveling zou zijn: ga vooral zo door! Het team doet heel goed werk en de gemeente Amsterdam heeft er veel profijt van. Ik zou ook graag zien dat de werkgroep en de GGD nog directer contact hebben met de GGZ– instellingen om de aansluiting tussen verschillende personen en instanties te verbeteren. Eigenlijk zouden in de werkgroep ook meer mensen uit het GGZ veld betrokken moeten zijn. “

Pleidooi voor meer profilering van Amsterdamse aanpak
Adriaan Honig is psychiater. Als bijzonder hoogleraar Ziekenhuispsychiatrie was hij verbonden aan het OLVG (vroeger SLAZ, Sint Lucas Andreas Ziekenhuis).  Als lid van de begeleidingscommissie heeft hij het ontstaan van de Amsterdamse aanpak meegemaakt en daaraan bijdragen. Hoe kijkt hij hierop terug en wat is zijn advies voor de toekomst?
Honing: “Ja, de GGD belde mij op om mee te denken en te helpen bij het opzetten van de casemanagement voor suïcidepogers. Oftewel: hoe kunnen wij deze groep zo gestructureerd mogelijk naar zorg toeleiden?”

Is er veel veranderd in vergelijking met vroeger?
“Zeker! Tijdens mijn werk bij het Lucas Andreasziekenhuis was de zorg bij de Eerste Hulp voor deze groep onvoldoende geregeld: 60% kwam wel in de zorg terecht, maar de rest niet. Dat is echt duidelijk door de Amsterdamse aanpak. Die aanpak heeft zichzelf bewezen als een goede service aan hen die het nodig hebben. Mensen ervaren de persoonlijke aandacht als prettig en daarmee win je natuurlijk gelijk iemands vertrouwen. Dat is essentieel, want die persoon is dan ook eerder bereid om zich te laten helpen.”

Ziet u ook verbeter- of aandachtspunten voor de Amsterdamse aanpak?
“Suïcidepreventie is geen eenmalig project, deze kwestie moet voortdurend “onderhouden” worden. Ik zie daarom twee belangrijke aandachtspunten:

1. Het projectteam moet de Amsterdamse aanpak voortdurend op de kaart zetten én in beeld bij de gemeente houden. Daarnaast moet er ruimte zijn om verschillende soorten aanpak breder uit te dragen en ervaringen van andere gemeenten onderling uit te wisselen. Ik zou daarom ook pleiten voor meer symposia rondom het thema ‘Suïcide en preventie’

2. Dit is meer een oproep aan de wetenschappelijke wereld: deze materie verdient meer (wetenschappelijke) aandacht! Naar mijn mening zou de wetenschappelijke output m.b.t. het thema suïcidepreventie verhoogd kunnen worden. De data hebben we al, nu moeten we alleen nog de aandacht hiervoor vergroten.

Ik hoop dat deze aandachtspunten in 2019 aan bod komen, anders zouden dat echt gemiste kansen zijn!”

Perspectief bieden
Age Niels Holstein, medeoprichter van de Ivonne van de Ven Stichting en 113 Zelfmoordpreventie, is een bekende naam binnen de wereld van suïcidepreventie. Dit jaar heeft hij afscheid genomen als commissielid om zich meer op zijn schrijfwerk te storten. Wij legden vier vragen aan hem voor over de samenwerking met het Amsterdamse team en zijn visie op het thema Suïcide:

1. Wat is uw band met de Amsterdamse aanpak suïcidepreventie en hoe heeft u de samenwerking ervaren?  
“Vanaf de start ben ik betrokken geweest bij de Amsterdamse aanpak Suïcidepreventie. Als secretaris van de Ivonne van de Ven Stichting en later als bestuurder van 113Zelfmoordpreventie. In het begin heb ik gelobbyd in de gemeenteraad voor de aanpak, toen wethouder Vos geen geld beschikbaar wilde stellen voor onze Plan van Aanpak. Met succes! Want de gemeenteraad besloot unaniem om het geld wel beschikbaar te maken. Vanaf die tijd was ik ook lid van de begeleidingscommissie en heb ik actief meegedacht over de aanpak. Dit jaar heb ik afscheid genomen van de commissie, omdat ik – na langdurige betrokkenheid bij de suïcidepreventie in Nederland en Amsterdam- besloten heb om mijn vrije tijd meer te benutten om veel te schrijven.”

2. Wat is uw visie op het thema Suïcide?
“Suïcide is niet alleen een individuele gedachte die mensen kwelt, omdat ze geen uitweg zien. Bijvoorbeeld, omdat ze in een diepe depressie zitten. Suïcidaliteit is een maatschappelijk probleem, ook omdat we weten dat diverse maatschappelijke factoren invloed hebben op de gedachten en gevoelens van mensen. Een goede preventiestrategie houdt daar rekening mee en benut daardoor kansen om mensenlevens te redden. Dat heeft de GGD Amsterdam goed begrepen en daarom is haar aanpak zo succesvol!”

3. Welk onderdeel van de Amsterdamse aanpak beschouwt u als het meest cruciale? 
“De gatekeeperstrainingen, omdat die het bewustzijn verhogen van allerlei mensen  in de stad. Mensen die door hun werk of door vrijwillige activiteiten in contact komen met mensen  die op dat moment suïcidale gedachten hebben. De trainingen bestrijden het gevoel van onmacht en verlegenheid en maken duidelijk dat je suïcidale mensen kunt helpen door ze o.a. in contact te brengen met goede hulpverleners.

4. Welke aanbeveling(en) heeft u voor het Amsterdamse team Suïcidepreventie?
“Het team moet gewoon doorgaan! Suïcide zal niet zomaar uit de stad verdwijnen, maar we kunnen veel mensen weer perspectief bieden, die anders eenzaam en onbegrepen aan hun einde zouden komen.
Mijn advies zou verder zijn: zoek nog meer contact met andere aanpakken in de stad, zoals de aanpak eenzaamheid. Zet voorlichting, communicatie en de wethouder Zorg vaker in om de belangrijke boodschap uit te dragen dat iedereen ertoe doet in onze lieve stad Amsterdam. Dus niemand hoeft hier wanhopig en ellendig te sterven.”