Routekaarten voor vroegsignalering helpen professionals

14 juni 2021

De eerste 1000 dagen in het leven van een kind zijn bepalend voor diens latere fysieke en mentale gezondheid. Bekend is dat de psychosociale situatie waarin een aanstaande moeder zich bevindt voorspellend is voor haar gezondheid, voor haar welzijn en voor de gezondheid en het welzijn van haar nog ongeboren kind. Vandaar dat het van belang is om tijdens de zwangerschap goed zicht te krijgen op o.a. de psychosociale situatie en omstandigheden om die zo mogelijk te verbeteren. Aangezien verloskundigen, gynaecologen, kraamverzorgenden, jeugdartsen en jeugd- verpleegkundigen tijdens deze eerste periode veel in aanraking komen met een gezin spelen zij een sleutelrol in het tijdig signaleren van kwetsbaarheid.

In de afgelopen periode is de werkgroep Vroegsignalering aan de slag gegaan met dit thema en heeft een aantal knelpunten geanalyseerd. Anne Annegarn van Elaa is een van de leden uit de werkgroep: “Veel problemen kunnen worden voorkomen door het beïnvloeden van aanwezige risicofactoren maar ook van beschermende factoren. Daarom is het van groot belang om beide soorten factoren te signaleren en met ouders te wegen en te bespreken. Signaleren vindt in principe plaats door op ieder contactmoment alert te zijn op signalen, maar kwetsbaarheden op psychosociaal vlak zouden de verloskundige in ieder geval structureel moeten uitvragen in de eerste helft van de zwangerschap en de jeugdverpleegkundige tijdens de eerste levensmaanden van de baby .“

Richtinggevende routekaarten voor professionals in geboortezorg

De werkgroep heeft routekaarten ontwikkeld die helpen om de psychosociale situatie van een zwangere te kunnen inventariseren, om zo snel en gericht hulp te vinden. Ze zijn bedoeld voor professionals in de geboortezorg in de eerste en tweede lijn, kraamzorg en voor de jeugdgezondheidszorg in Amsterdam.

“De routekaarten moet je zien als richting gevend. Het zijn geen protocollen maar ze kunnen helpen bij het maken van afwegingen voor in te zetten hulp en ondersteuning.

Anne voegt toe: “Er zijn verschillende (gevalideerde) risico signaleringsinstrumenten maar die worden door het veld te uitgebreid of tijdrovend gevonden waardoor veel verloskundigen en gynaecologen ze nu helemaal niet gebruiken. Ons advies is dan ook om een beperkt aantal vragen toe te voegen aan de anamnesevragen die verloskundigen nu ook al standaard stellen. Zoals vragen over relatie, werk, verzekering, psychische problemen, drugs- of alcoholgebruik en negatieve seksuele ervaringen.”

Naast bovenstaande vragen is het advies om ook het volgende te vragen aan alle gezinnen:

  • Wat is uw hoogste/laatste opleiding?
  • Heeft u financiële zorgen? Heeft u problematische schulden?
  • Heeft u een vaste plek om te wonen?
  • Heeft u (ooit) te maken (gehad) met huiselijk geweld?
  • Zijn er hulpverleners betrokken (geweest) bij u of uw gezin?

De werkgroep Vroegsignalering bestond uit professionals uit de hele geboortezorg keten:

  • Elaa: Anne Annegarn , senior adviseur
  • EVAA: Constance Erwich, eerstelijns verloskundige
  • JGZ GGD Amsterdam: Hanna de Koning, stafverpleegkundige
  • JGZ SAG Irene Aartsen, teamleider • Kraamzorg Anne Simone Hopman, manager
  • kraamzorg Het Blije Nest: Fatma Ergül, manager
  • OLVG en POP-poli: Ineke Herbers, klinisch verloskundige
  • OLVG: Marije Kamphuis, gynaecoloog

Vragen aan de werkgroep? Mail naar gks@amsterdam.nl