Op een crisis kun je je goed voorbereiden
“De vraag is niet óf er een crisis gaat komen, maar wanneer.” Jeroen Slieker is een van de crisiscoördinatoren bij de GGD. Hij helpt de organisatie om zich voor te bereiden op crises.
Wat een crisis is
Jeroen: “Onder crises verstaan we allerlei soorten verstoringen die niet bij het dagelijkse werk horen. Als GGD-er krijg je soms te maken met incidenten. Bijvoorbeeld als je met doelgroepen als daklozen of verslaafden werkt. Dat is dan nog geen crisis, maar onderdeel van je taak. Pas als het gangbare werk in gevaar komt en er zijn meerdere afdelingen bij betrokken, spreken we van een crisis. Ik help afdelingen om zich goed voor te bereiden. Ook op een langdurige crisis, zoals bijvoorbeeld de coronapandemie.”
Alles is afhankelijk van elektriciteit. Daarom is een stroomstoring de moeder aller crises.
Jeroen legt uit waar je aan moet denken bij een crisis: “In het nieuws lees je veel over oorlogen en klimaatrampen. Beide situaties kunnen uitmonden in een crisis. Bijvoorbeeld als een van onze vijanden hackers inzet. Of de energie valt uit door oververhitting van het stroomnet. Bij een internethack kunnen nog veel processen ongestoord doorgaan. Maar van stroom is alles afhankelijk. Zonder elektriciteit ook geen internet of water. Het is daarom ook wel de moeder aller crises.”
De gevolgen van stroomuitval
Jeroen: “Telefoonmasten werken na een stroomuitval nog ongeveer 2 uur. Voor ons werk betekent dat concreet dat we daarna niemand meer kunnen bereiken. Maar we kunnen ook niet meer in de dossiers van onze cliënten. Die zijn namelijk allemaal digitaal opgeslagen.”
“Elektriciteit is diep verweven in ons werk én de samenleving. Zo'n crisis heeft dus grote gevolgen”, zegt Jeroen. “En tijdens stroomuitval kunnen we niet meer werken en communiceren op de manier zoals we gewend zijn. Dus we moeten ons nu al voorbereiden. Hoe kunnen we mensen bereiken? En voor hen zorgen? We maken afspraken over centrale werkplekken als er geen stroom is. Dan heb je niet per se internet of telefoon nodig. En de bevolking kan naar centrale noodsteunpunten toe. De GGD werkt daarbij samen met de gemeente en de GHOR en veel andere partners.”
Met veel valt rekening te houden, vertelt Jeroen: “We hebben gekeken naar welke taken allemaal stroom gebruiken. En wat we sowieso moeten blijven doen. Wat kan er zonder stroom? En wat is daarvoor nodig? We hebben ook een noodstroomvoorziening, een aggregaat. Dus een deel van de werkzaamheden kan doorgaan. We willen de zorg waarborgen. Daar denken we dus nu al over na.”

Voorraden
“We zijn als samenleving sowieso erg afhankelijk”, zegt Jeroen. “We hebben overal weinig voorraden. Vroeger waren er magazijnen vol medicijnen, bijvoorbeeld. Nu willen we kosten besparen, dus zijn er geen grote opslagplaatsen meer. Aan de ene kant is dat heel efficiënt. Aan de andere kant maakt dat ons ook erg kwetsbaar. Er hoeft maar één schakeltje uit de keten weg te vallen en je hebt een probleem. Daar zijn we opnieuw naar aan het kijken: hoe maken we niet te veel kosten, maar voorkomen we problemen in de toekomst?”
Denk niet pas na over een crisis wanneer het zo ver is. Je kunt je nu al goed voorbereiden.
Zelfredzaamheid van Amsterdammers
Iedereen kan zich nu al voorbereiden: “Zorg voor de basis. Heb je voldoende water en reservevoedsel in huis? Want voor water ben je ook afhankelijk van elektriciteit. Veel mensen weten dat niet. Heb je nog cashgeld? Pinautomaten en internetbankieren werken dan namelijk niet meer. Als het telefoonnetwerk uitvalt, zorg dan voor een noodradio op batterijen zodat je nog informatie kan ontvangen. En voor powerbanks, dan kun je nog even wat dingen opladen.”
Iedereen moet zich 72 uur kunnen redden: “Maar veel mensen hebben zich nog niet voldoende voorbereid. En er zijn ook genoeg mensen die nooit zelfredzaam zullen zijn. Als je bijvoorbeeld ziek bent of slecht ter been. Juist de mensen die het hardst hulp nodig hebben, moeten tijdens een crisis op ons kunnen rekenen. Maar je kunt ook zelf omkijken naar je buren, als je weet dat die extra hulp nodig hebben.”
Samenwerking en voorbereiding
Jeroen: “We kunnen elkaar ook helpen. Grote instellingen hebben vaak een noodaggregaat. Maar kleinere ouderenwoningen in de wijk zitten lang niet altijd op een noodstroomnet. We kunnen nu bijvoorbeeld al afspraken maken over maaltijden. Een instelling met noodstroom en keuken kan ook koken voor kleinere woningen in de omgeving. Zo hoeven we maar 1 keuken draaiende te houden, in plaats van 10.”
"Denk niet pas na over een crisis als het zo ver is", benadrukt Jeroen. "Wij kunnen als GGD al heel veel voorbereiden, en dat geldt ook voor de Amsterdammer zelf. Want zo’n crisis gaat ooit gebeuren, maar dat hoeft dan geen complete ramp te zijn.”
Bereid je voor
Stel je noodpakket samen en kijk voor tips op: Denk vooruit