Lijst
De GGD Amsterdam ontvangt regelmatig vragen over de opvang in een tweede stamgroep en de vereiste schriftelijke toestemming van ouders. Daarnaast merken wij tijdens inspecties dat de voorschriften met betrekking tot stabiliteit niet altijd worden nageleefd. Ook bereiken ons signalen dat sommige organisaties de regels niet toepassen zoals bedoeld. Om meer duidelijkheid te bieden, gaan wij in op de eisen aan stabiliteit.
Hoe kijkt GGD Amsterdam naar de stabiliteit op het kinderdagverblijf?
We besteden in 2026 in het toezicht extra aandacht aan de eisen met betrekking tot stabiliteit. Stabiliteit is de basis voor kinderopvang van goede kwaliteit. Hieronder verstaan wij de opvang in een vaste stamgroep, door vaste gezichten.
We onderzoeken de stabiliteit in een brede context. Welke maatregelen neemt een organisatie om de stabiliteit te waarborgen: is er in de basis een stabiel rooster, of zijn er gedurende een langere periode vacatures? Is de opvang in een tweede stamgroep een incident, of is het noodzakelijk om de personele bezetting rond te krijgen en aan de beroepskracht-kindratio te kunnen voldoen?
Opvang in een tweede stamgroep: wat zijn de eisen?
De opvang vindt plaats op de vaste eigen stamgroep van het kind. De opvang op een tweede stamgroep is niet toegestaan omdat er op de vaste opvangdagen op de eigen stamgroep geen plek is of omdat er onvoldoende personeel aanwezig is. Alleen als bij afname van extra kinderopvang op de eigen stamgroep geen plek is, mag het kind op een tweede stamgroep worden opgevangen. Deze extra afname kan incidenteel zijn of structureel. Incidenteel kan een dag of dagdeel zijn. Van structurele afname is sprake als bijvoorbeeld een ouder structureel een extra dag wil afnemen, maar de eigen groep op die dag al vol of gesloten is.
Periode opvang kind in andere groep
De periode dat een kind op de andere groep wordt opgevangen moet vooraf met ouders schriftelijk zijn overeengekomen.
Hierbij zijn een aantal aandachtspunten:
- de periode dat het kind in de andere groep wordt opgevangen moet duidelijk zijn. Het is niet toegestaan om een algemene toestemming te vragen, op basis waarvan een kinderopvangorganisatie kan beslissen wanneer het kind wel of niet naar een andere groep gaat.
- een mondelinge afspraak die na de start van de opvang schriftelijk bevestigd wordt is niet voldoende.
- schriftelijke overeenstemming kan op verschillende manieren. U kunt dit regelen met een (extra) overeenkomst, met een apart formulier of in een ouder-app.
U moet in uw pedagogisch beleidsplan concreet beschrijven wat uw beleid is ten aanzien van dagopvang gedurende extra dagdelen
Welke keuzes maakt u in het aanbod? Wanneer kunnen ouders bijvoorbeeld incidenteel extra dagdelen aanvragen? En welke pedagogische voorwaarden stelt u aan de opvang op een andere groep? Hoe waarborgt u in die gevallen de kwaliteit en stabiliteit van de opvang voor alle kinderen?
Er is sprake van maximaal 1 andere groep
De toezichthouder beoordeelt dit per kind en kijkt hierbij in beginsel naar de gehele opvangperiode. Bij gewijzigde omstandigheden, zoals sluiting van een groep of doorstroming van het kind naar een andere groep, kan sprake zijn van een andere tweede groep.
Mag opvang in een tweede stamgroep ook de gehele contractperiode zijn?
Het uitgangspunt is dat kinderen in 1 vaste stamgroep worden opgevangen. Aan deze groep zijn ook vaste beroepskrachten verbonden. De opvang op een tweede stamgroep kan structureel zijn. Maar de bedoeling is wel dat de opvang op een tweede stamgroep tijdelijk is totdat weer plek is op de eigen groep. Er kunnen situaties zijn waarbij de gehele contractperiode geen plek is op de eigen groep. Bijvoorbeeld omdat deze groep op bepaalde dagen gesloten is. In dat geval kan de opvang op de tweede stamgroep langere tijd duren. Uiteraard moet u in deze gevallen wel waarborgen dat de opvang veilig en verantwoord is. De wijze waarop u dit waarborgt, beschrijft u in uw pedagogisch beleidsplan dat u bij wijzigingen ter advies voorlegt aan de oudercommissie
Vaste gezichtencriterium: wat zijn de eisen?
Kinderen moeten in de dagopvang worden opgevangen door vaste beroepskrachten. Aan ieder kind zijn vaste beroepskrachten toegewezen. Voor kinderen tot 1 jaar mogen dit maximaal 2 vaste beroepskrachten zijn. Voor kinderen ouder dan 1 jaar mogen dit maximaal 3 vaste beroepskrachten zijn. Als er vanwege de groepsgrootte met 3 of meer beroepskrachten tegelijkertijd wordt gewerkt mogen aan kinderen tot 1 jaar 3 vaste beroepskrachten zijn toegewezen, en aan kinderen vanaf 1 jaar 4 vaste beroepskrachten.
Een vaste, vertrouwde pedagogisch medewerker biedt emotionele veiligheid en stabiliteit voor een kind. Deze vaste beroepskracht kent het kind goed, herkent signalen en behoeften van het kind en kan hier adequaat op inspelen. Om die reden werkt altijd minimaal één vaste beroepskracht op de groep als het kind aanwezig is.
Het uitgangspunt is dat u uw personeelsbeleid zo vormgeeft dat er onder normale omstandigheden een vaste beroepskracht voor het kind aanwezig is.
Vakantie, ziekte en verlof van de vaste beroepskrachten vallen in uw risicosfeer, en worden daarom ook gezien als normale omstandigheden. U heeft een inspanningsverplichting om, bij ziekte, vakantie of verlof van de vaste beroepskracht van het kind, eerst te proberen de andere vaste beroepskrachten van het kind in te zetten.
Maar als ziekte, vakantie en verlof samenvallen, is de dagelijkse aanwezigheid van één van de vaste beroepskrachten niet altijd te realiseren. Daarom is het mogelijk om, onder voorwaarden, een andere beroepskracht in te zetten. Deze afwijkingsmogelijkheid geldt niet als u gezien de groepsgrootte 4 beroepskrachten heeft toegewezen aan een kind.
U mag alleen afwijken van het vaste gezichtencriterium wanneer de vaste beroepskracht een kortdurende periode van maximaal 4 aaneengesloten weken afwezig is (in verband met ziekte, verlof of vakantie). U kunt ook geen gebruik maken van de afwijkingsmogelijkheid als van tevoren bekend is dat een vaste beroepskracht langer dan 4 weken afwezig zal zijn. Als een vaste beroepskracht langer dan 4 weken afwezig is, moet u zo snel mogelijk een andere, nieuwe vaste beroepskracht aan het kind toewijzen.
Waar moet ik op letten als ik afwijk van het vaste gezichtencriterium?
Ook bij afwijken van het vaste gezichtencriterium moet sprake zijn van verantwoorde kinderopvang. De emotionele veiligheid van en stabiliteit voor kinderen moet altijd geborgd zijn.
U moet in het pedagogisch beleidsplan beschrijven welke overwegingen een rol spelen en welke stappen worden gezet om de emotionele veiligheid en stabiliteit te waarborgen.
U kunt een beroepskracht in opleiding (bio) inzetten als vast gezicht.
Dit geldt alleen als de bio formatief wordt ingezet en het eerste leerjaar is afgerond. Er moeten schriftelijke afspraken zijn over de manier waarop de bio wordt begeleid bij de inzet als vast gezicht. Meer informatie over de inzet van een beroepskracht in opleiding als vast gezicht vindt u in de nota van toelichting op het besluit.
We houden rekening met de omstandigheden
Van het vaste gezichtencriterium kan worden afgeweken onder de hierboven beschreven voorwaarden. Opvang op een andere stamgroep kan een passende (nood)maatregel zijn om de continuïteit van de opvang te waarborgen. Er is dan sprake van een overtreding, maar de toezichthouder kan de omstandigheden meewegen in het handhavingsadvies. De toezichthouder kan bijvoorbeeld adviseren niet te handhaven. Dit is een afweging, die afhankelijk is van de volgende voorwaarden:
- De basiskwaliteit en -stabiliteit is goed op orde. Er is op alle dagen voldoende personeel om de kinderen in de eigen vaste stamgroep op te vangen.
- De houder heeft aantoonbaar alle maatregelen genomen om de kwaliteitseisen na te leven die men redelijkerwijs mag verwachten van een professionele kinderopvang.
- De opvang is voldoende verantwoord binnen de gegeven omstandigheden.
- De werkwijze is inzichtelijk en de houder registreert afwijkingen van de kwaliteitseisen.
- De houder stemt af met de oudercommissie en informeert de ouders.
- De houder evalueert de gemaakte keuzes en stuurt bij waar nodig.
- De houder wijkt niet af van essentiële kwaliteitseisen.
Hoe zit het met de stabiliteit bij een buitenschoolse opvang?
Ook in de buitenschoolse opvang is stabiliteit belangrijk. Bij een buitenschoolse opvang worden kinderen wel opgevangen in een vaste basisgroep, maar is er in de praktijk ook vaak sprake van vrij spel. Ook is de inzet van vaste gezichten niet verplicht, en hoeven beroepskrachten niet (meer) toegewezen te zijn aan 1 vaste basisgroep.
Wel moet bij de buitenschoolse opvang beschreven zijn hoe de emotionele veiligheid gewaarborgd wordt. Ook besteedt de houder in het pedagogisch beleid aandacht aan de verdeling van het aantal beroepskrachten over de verschillende basisgroepen, de behoeften van het kind, de vormgeving van de basisgroepen en de stabiliteit van de opvang. Een buitenschoolse opvang waarborgt de stabiliteit vaak ook op andere manieren. Hierbij is ook de rol van de mentor en hoe die zicht houdt op de mentorkinderen belangrijk.

