Pad tot huidige pagina

Thema's en speerpunten 2026

Lijst

Elk jaar stelt de GGD Amsterdam nieuwe speerpunten vast voor het toezicht op de kinderopvang. In 2026 letten we extra op de volgende 4 onderwerpen:

1. Ontwikkeling van het kind en kwaliteit

We besteden extra aandacht aan de kwaliteit van het pedagogisch handelen van de pedagogisch professionals in de kinderopvang. Daarbij letten we op de kwaliteit van de interactievaardigheden. Dit speerpunt is gekozen omdat de kwaliteit van de interactie tussen pedagogisch professionals en kinderen voor een heel groot deel de pedagogische kwaliteit bepaalt. Een hogere pedagogische kwaliteit heeft een positief effect op het welbevinden en de ontwikkeling van het (jonge) kind. Kijk op de site van het NJI voor meer informatie over de interactievaardigheden.

2. Veiligheid en gezondheid

Het speerpunt voor veiligheid en gezondheid in 2026 is veilig slapen. Kinderen in de kinderopvang lopen een iets groter risico op wiegendood dan kinderen die thuis slapen. VeiligheidNL heeft in september 2025 een nieuwe versie van het protocol Veilig Slapen in de Kinderopvang gepubliceerd. Daarom onderzoeken we welke afspraken organisaties hebben over veilig slapen. Is de nieuwe versie van het protocol aanleiding geweest om het veiligheids- en gezondheidsbeleid te herzien? En bij het afwijken van de richtlijnen, zijn de risico’s dan goed ingeschat? Belangrijk is dat de veiligheid en gezondheid van de kinderen alsnog voldoende gewaarborgd is.

De toezichthouder houdt rekening met de tijd voor implementatie en verankering van de richtlijnen. Hierbij betrekt de toezichthouder het plan van aanpak van de houder, waarin zowel de maatregelen staan die al zijn genomen als maatregelen die nog gaan worden genomen. Naast het protocol wordt ook gekeken naar andere maatregelen met betrekking tot veilig slapen, zoals luchtkwaliteit.

3. Stabiliteit

Stabiliteit is de basis voor kinderopvang van goede kwaliteit. Door onder andere de arbeidskrapte komt de stabiliteit steeds meer onder druk te staan. Daarom besteden we hier in 2026, net als in 2025, extra aandacht aan.

We onderzoeken de stabiliteit in een brede context. Welke maatregelen neemt een organisatie om de stabiliteit te waarborgen: is er in de basis een stabiel rooster, of zijn er gedurende een langere periode vacatures? Is de opvang in een 2e stamgroep een incident, of is het noodzakelijk om de personele bezetting rond te krijgen en aan de beroepskracht-kindratio te kunnen voldoen?

Ook in de buitenschoolse opvang is stabiliteit belangrijk. Bij een buitenschoolse opvang worden kinderen wel opgevangen in een vaste basisgroep, maar is er in de praktijk ook vaak sprake van vrij spel. Ook is de inzet van vaste gezichten niet verplicht. Een buitenschoolse opvang waarborgt de stabiliteit vaak ook op andere manieren. We beoordelen bijvoorbeeld wat de rol van de mentor is en hoe die zicht houdt op de mentorkinderen.

4. Professionaliteit

In 2026 richten we ons op het waarborgen van een goede uitvoering van het pedagogisch beleid en het veiligheids- en gezondheidsbeleid in de praktijk.

Een professionele organisatie voert het beleid op een gestructureerde en duidelijke manier uit. We nemen in ons toezicht mee of sprake is van:

  • Een heldere taakverdeling. Voor iedereen is duidelijk wat de verantwoordelijkheden zijn.
  • Ondersteuning van medewerkers. Medewerkers krijgen de benodigde middelen (materieel en immaterieel) en ondersteuning om het beleid goed uit te voeren.
  • Passende aansturing. Het management beschikt over de juiste kennis en vaardigheden om medewerkers effectief aan te sturen.
  • Organisaties worden gestimuleerd om in hun beleid expliciet vast te leggen hoe de uitvoering wordt gemonitord en verbeterd.

Tijdens de inspecties beoordelen we of de medewerkers het beleid kennen en (kunnen) uitvoeren.

Meer over stabiliteit